BWBR0008374
Geldig vanaf 1996-12-19
Artikel 10
Regeling vergunning tot vluchtuitvoering
1. De vergunning wordt op aanvraag telkens verlengd voor ten hoogste twee jaren.
2. Een aanvraag voor verlenging wordt uiterlijk een maand, doch niet eerder dan 6 maanden voor het verstrijken van de termijn van geldigheid van de vergunning, door de vergunninghouder ingediend bij de vergunningverlener.
3. Verlenging wordt verleend indien geen twijfel bestaat of:
a. nog voldaan wordt aan de toepasselijke voorschriften en verplichtingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, met inachtneming van artikel 3, derde lid; en
b. nog wordt voldaan aan de overige vergunningvoorwaarden.
2. Een aanvraag voor verlenging wordt uiterlijk een maand, doch niet eerder dan 6 maanden voor het verstrijken van de termijn van geldigheid van de vergunning, door de vergunninghouder ingediend bij de vergunningverlener.
3. Verlenging wordt verleend indien geen twijfel bestaat of:
a. nog voldaan wordt aan de toepasselijke voorschriften en verplichtingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, met inachtneming van artikel 3, derde lid; en
b. nog wordt voldaan aan de overige vergunningvoorwaarden.