BWBR0008366
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 4
Wet pleziervaartuigen
1. Pleziervaartuigen, onderdelen van pleziervaartuigen, en voortstuwingsmotoren die overeenstemmen met de door Onze Minister aangewezen normen, die overeenkomen met de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn, worden vermoed te voldoen aan artikel 3, tweede lid.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ingrijpend gewijzigde en verbouwde voortstuwingsmotoren en vaartuigen, als bedoeld in artikel 3, derde lid.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ingrijpend gewijzigde en verbouwde voortstuwingsmotoren en vaartuigen, als bedoeld in artikel 3, derde lid.