BWBR0008366
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 2
Wet pleziervaartuigen
1. Deze wet is niet van toepassing op:
a. kano’s, kajaks, gondels en waterfietsen;
b. boten voor roei-instructie en wedstrijdroeiboten die als zodanig door de fabrikant zijn aangemerkt;
c. zeilplanken;
d. al dan niet gemotoriseerde surfplanken;
e. met stoomkracht aangedreven vaartuigen met externe verbranding die als brandstof gebruik maken van kolen, cokes, hout, olie of gas;
f. voor persoonlijk gebruik gebouwde vaartuigen die gedurende vijf jaar na de bouw niet in de Europese Gemeenschap in de handel worden gebracht;
g. historische vaartuigen die voor 1950 zijn gebouwd, alsmede individuele replica’s van zulke vaartuigen, indien zij hoofdzakelijk met de oorspronkelijke materialen zijn gebouwd en als zodanig door de fabrikant zijn aangemerkt;
h. experimentele vaartuigen die niet in de Europese Gemeenschap in de handel worden gebracht;
i. wedstrijdvaartuigen die als zodanig door de fabrikant zijn aangemerkt;
j. voor het bedrijfsmatig vervoer van personen, buiten de bemanning, gebouwde of bestemde vaartuigen;
k. onderzeeboten;
l. luchtkussenvoertuigen;
m. draagvleugelboten.
2. Deze wet is eveneens niet van toepassing op de volgende voortstuwingsmotoren:
a. voor persoonlijk gebruik gebouwde voortstuwingsmotoren die gedurende vijf jaar na de bouw niet in de Gemeenschap in de handel worden gebracht;
b. voortstuwingsmotoren die op de in het eerste lid, onderdelen h tot en met m, bedoelde vaartuigen zijn gemonteerd of specifiek daarvoor zijn bestemd;
c. originelen en replica’s van historische voortstuwingsmotoren die op een ontwerp van voor 1950 zijn gebaseerd, niet in serie zijn geproduceerd en op de in het eerste lid, onderdelen f of g, bedoelde vaartuigen zijn gemonteerd.
a. kano’s, kajaks, gondels en waterfietsen;
b. boten voor roei-instructie en wedstrijdroeiboten die als zodanig door de fabrikant zijn aangemerkt;
c. zeilplanken;
d. al dan niet gemotoriseerde surfplanken;
e. met stoomkracht aangedreven vaartuigen met externe verbranding die als brandstof gebruik maken van kolen, cokes, hout, olie of gas;
f. voor persoonlijk gebruik gebouwde vaartuigen die gedurende vijf jaar na de bouw niet in de Europese Gemeenschap in de handel worden gebracht;
g. historische vaartuigen die voor 1950 zijn gebouwd, alsmede individuele replica’s van zulke vaartuigen, indien zij hoofdzakelijk met de oorspronkelijke materialen zijn gebouwd en als zodanig door de fabrikant zijn aangemerkt;
h. experimentele vaartuigen die niet in de Europese Gemeenschap in de handel worden gebracht;
i. wedstrijdvaartuigen die als zodanig door de fabrikant zijn aangemerkt;
j. voor het bedrijfsmatig vervoer van personen, buiten de bemanning, gebouwde of bestemde vaartuigen;
k. onderzeeboten;
l. luchtkussenvoertuigen;
m. draagvleugelboten.
2. Deze wet is eveneens niet van toepassing op de volgende voortstuwingsmotoren:
a. voor persoonlijk gebruik gebouwde voortstuwingsmotoren die gedurende vijf jaar na de bouw niet in de Gemeenschap in de handel worden gebracht;
b. voortstuwingsmotoren die op de in het eerste lid, onderdelen h tot en met m, bedoelde vaartuigen zijn gemonteerd of specifiek daarvoor zijn bestemd;
c. originelen en replica’s van historische voortstuwingsmotoren die op een ontwerp van voor 1950 zijn gebaseerd, niet in serie zijn geproduceerd en op de in het eerste lid, onderdelen f of g, bedoelde vaartuigen zijn gemonteerd.