BWBR0008325
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 19
Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven gemeentefonds
1. Binnen de op de topografische kaart afgebakende historische kern worden landbouwgronden, stadsparken, overige groenvoorzieningen en delen van de kern waarvan de huidige structuur volgens de topografische kaart afwijkt van de toenmalige structuur volgens het kadastrale minuutplan, met arcering aangegeven, indien deze tenminste elk 0,80 hectare bedragen.
2. De gearceerde gebieden blijven bij het bepalen van de omvang als bedoeld in artikel 22van de invoeringswet buiten beschouwing.
3. De grens van de arcering loopt langs de aangrenzende bebouwing van het qua structuur ongewijzigd gebleven gebied.
4. Op de regel uit het derde lid gelden de volgende uitzonderingen:
a. pleinen en vergelijkbare open ruimten worden eventueel mee gearceerd in verhouding tot de arcering van de aangrenzende bebouwing;
b. indien de structuur van een gebied, zijnde water aan twee zijden bebouwd, aan één zijde is gewijzigd, wordt gearceerd tot de dichtstbij gelegen oever van het te arceren gebied.
5. Onder structuurwijziging wordt verstaan:
a. afbraak van de bebouwing;
b. wijziging van de bouwgrenzen;
c. demping van water, in samenhang met wijziging van aangrenzende bebouwing;
d. wijziging van het stratenplan.
6. Niet als structuurwijziging wordt aangemerkt:
a. vervanging van bebouwing zonder aantasting van bouwgrenzen of straten en grachtenplan en
b. demping van water, zonder wijziging van de aangrenzende bebouwing of van het stratenplan.
7. Een gebied kleiner dan 0,40 hectare waarvan de structuur niet is gewijzigd doch dat gelegen is in een qua structuur gewijzigd gebied van tenminste 0,80 hectare wordt tot dat gebied gerekend en derhalve eveneens met arcering aangegeven.
2. De gearceerde gebieden blijven bij het bepalen van de omvang als bedoeld in artikel 22van de invoeringswet buiten beschouwing.
3. De grens van de arcering loopt langs de aangrenzende bebouwing van het qua structuur ongewijzigd gebleven gebied.
4. Op de regel uit het derde lid gelden de volgende uitzonderingen:
a. pleinen en vergelijkbare open ruimten worden eventueel mee gearceerd in verhouding tot de arcering van de aangrenzende bebouwing;
b. indien de structuur van een gebied, zijnde water aan twee zijden bebouwd, aan één zijde is gewijzigd, wordt gearceerd tot de dichtstbij gelegen oever van het te arceren gebied.
5. Onder structuurwijziging wordt verstaan:
a. afbraak van de bebouwing;
b. wijziging van de bouwgrenzen;
c. demping van water, in samenhang met wijziging van aangrenzende bebouwing;
d. wijziging van het stratenplan.
6. Niet als structuurwijziging wordt aangemerkt:
a. vervanging van bebouwing zonder aantasting van bouwgrenzen of straten en grachtenplan en
b. demping van water, zonder wijziging van de aangrenzende bebouwing of van het stratenplan.
7. Een gebied kleiner dan 0,40 hectare waarvan de structuur niet is gewijzigd doch dat gelegen is in een qua structuur gewijzigd gebied van tenminste 0,80 hectare wordt tot dat gebied gerekend en derhalve eveneens met arcering aangegeven.