BWBR0008325
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 18
Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven gemeentefonds
1. Indien de bebouwing van de kern wordt gekenmerkt door een groter gebied met aaneengesloten bebouwing, met daarbuiten een of meer gebieden met een aaneengesloten bebouwing, dan wordt een laatst bedoeld gebied slechts dan tot de kern gerekend, indien het minder dan 80 meter van het eerst bedoelde gebied is verwijderd, van grens tot grens gemeten.
2. Op de topografische kaart wordt de historische kern afgebakend door het trekken van de contourlijn, welke de op het minuutplan zichtbare aaneengesloten bebouwing van de kern begrenst.
3. De contourlijn wordt daarbij zo mogelijk over voor- of achtergevelrooilijn getrokken.
4. Een achtergevelrooilijn is hierbij een zonodig denkbeeldige lijn welke de gemiddelde diepte van de hoofdgebouwen weergeeft.
5. Van de bebouwing gelegen aan wegen en wateren welke naar de kern leiden, wordt uitsluitend tot de kern gerekend die aaneengesloten bebouwing, welke zich aan beide zijden van die wegen of wateren bevindt.
2. Op de topografische kaart wordt de historische kern afgebakend door het trekken van de contourlijn, welke de op het minuutplan zichtbare aaneengesloten bebouwing van de kern begrenst.
3. De contourlijn wordt daarbij zo mogelijk over voor- of achtergevelrooilijn getrokken.
4. Een achtergevelrooilijn is hierbij een zonodig denkbeeldige lijn welke de gemiddelde diepte van de hoofdgebouwen weergeeft.
5. Van de bebouwing gelegen aan wegen en wateren welke naar de kern leiden, wordt uitsluitend tot de kern gerekend die aaneengesloten bebouwing, welke zich aan beide zijden van die wegen of wateren bevindt.