BWBR0008301
Geldig vanaf 2004-03-19
Artikel 4
Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen
1. Onder de voorwaarden, die voortvloeien uit de in artikel 3genoemde verordeningen alsmede onder de bepalingen van deze regeling, komt de producent in aanmerking voor een subsidie voor percelen akkerland:
a. met elk een oppervlakte van tenminste 0,3 hectare;
b. die volledig worden ingezaaid met een akkerbouwgewas met inachtneming van de volgende minimum hoeveelheden ingezaaid zaad per hectare:
c. die door de producent worden onderhouden behalve in uitzonderlijke, door de minister als zodanig erkende omstandigheden en onder de door hem daarbij gestelde voorwaarden;
2. Suikermaïs en vezelhennep worden uiterlijk op 15 juni voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen ingezaaid.
3. De producent kan percelen akkerland als bedoeld in het eerste lid vervangen door andere gronden indien:
a. de perceelsindeling of de verkaveling van het bedrijf van overheidswege wordt gewijzigd of op grond van de Plantenziektenwet beperkingen worden gesteld aan het telen van akkerbouwgewassen op het bedrijf;
b. de oppervlakte van de vervangende gronden niet groter is dan die van de te vervangen percelen akkerland;
c. voor zover van toepassing, de eigenaar, beperkt gebruiksgerechtigde, verpachter dan wel pachter van de te vervangen percelen akkerland heeft ingestemd met het vervangen van deze percelen;
d. en voorafgaande aan het betrokken verkoopseizoen schriftelijk toestemming is verkregen van LASER. Een schriftelijke aanvraag daartoe kan in de periode die loopt van 15 oktober tot en met 1 december worden ingediend.
4. Onverminderd het bepaalde in de aanhef van het eerste lid komt de producent in aanmerking voor een subsidie voor percelen bestemd voor de teelt van vezelvlas of vezelhennep en eventueel voor de verplichte braaklegging daarvan, voor zover voor deze percelen in het kader van verordening (EEG) nr. 1308/70van de Raad van 29 juni 1970 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vlas en hennep (PbEG 146) steun is toegekend gedurende ten minste één van de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001.
5. In afwijking van het eerste en het vierde lid wordt geen subsidie verleend indien dit bedrag 50 euro of lager is.
a. met elk een oppervlakte van tenminste 0,3 hectare;
b. die volledig worden ingezaaid met een akkerbouwgewas met inachtneming van de volgende minimum hoeveelheden ingezaaid zaad per hectare:
c. die door de producent worden onderhouden behalve in uitzonderlijke, door de minister als zodanig erkende omstandigheden en onder de door hem daarbij gestelde voorwaarden;
2. Suikermaïs en vezelhennep worden uiterlijk op 15 juni voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen ingezaaid.
3. De producent kan percelen akkerland als bedoeld in het eerste lid vervangen door andere gronden indien:
a. de perceelsindeling of de verkaveling van het bedrijf van overheidswege wordt gewijzigd of op grond van de Plantenziektenwet beperkingen worden gesteld aan het telen van akkerbouwgewassen op het bedrijf;
b. de oppervlakte van de vervangende gronden niet groter is dan die van de te vervangen percelen akkerland;
c. voor zover van toepassing, de eigenaar, beperkt gebruiksgerechtigde, verpachter dan wel pachter van de te vervangen percelen akkerland heeft ingestemd met het vervangen van deze percelen;
d. en voorafgaande aan het betrokken verkoopseizoen schriftelijk toestemming is verkregen van LASER. Een schriftelijke aanvraag daartoe kan in de periode die loopt van 15 oktober tot en met 1 december worden ingediend.
4. Onverminderd het bepaalde in de aanhef van het eerste lid komt de producent in aanmerking voor een subsidie voor percelen bestemd voor de teelt van vezelvlas of vezelhennep en eventueel voor de verplichte braaklegging daarvan, voor zover voor deze percelen in het kader van verordening (EEG) nr. 1308/70van de Raad van 29 juni 1970 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vlas en hennep (PbEG 146) steun is toegekend gedurende ten minste één van de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001.
5. In afwijking van het eerste en het vierde lid wordt geen subsidie verleend indien dit bedrag 50 euro of lager is.