BWBR0008301
Geldig vanaf 2004-03-19
Artikel 2
Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen
1. Nederland heeft één nationaal basisareaal van 441.700 hectare, waarvan een apart basisareaal voor maïs 208.300 hectare beslaat.
2. Op het in het eerste lid genoemde nationale basisareaal wordt in mindering gebracht het met maïs onderscheidenlijk overige akkerbouwgewassen ingezaaide areaal dat wordt gebruikt voor het verzoek om subsidie krachtens verordening (EG) nr. 1254/1999van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PbEG L 160).
3. De gemiddelde graanopbrengst, bedoeld in artikel 3, eerste en vijfde lid, van de raadsverordening en de gemiddelde opbrengst van maïs, bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en vijfde lid, van de raadsverordening wordt voor productieregio I vastgesteld op 6660 kg per hectare voor maïs en 7080 kg per hectare voor de overige akkerbouwgewassen, en voor productieregio II op 6660 kg per hectare voor maïs en 4920 kg per hectare voor de overige akkerbouwgewassen.
2. Op het in het eerste lid genoemde nationale basisareaal wordt in mindering gebracht het met maïs onderscheidenlijk overige akkerbouwgewassen ingezaaide areaal dat wordt gebruikt voor het verzoek om subsidie krachtens verordening (EG) nr. 1254/1999van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PbEG L 160).
3. De gemiddelde graanopbrengst, bedoeld in artikel 3, eerste en vijfde lid, van de raadsverordening en de gemiddelde opbrengst van maïs, bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en vijfde lid, van de raadsverordening wordt voor productieregio I vastgesteld op 6660 kg per hectare voor maïs en 7080 kg per hectare voor de overige akkerbouwgewassen, en voor productieregio II op 6660 kg per hectare voor maïs en 4920 kg per hectare voor de overige akkerbouwgewassen.