BWBR0008283
Geldig vanaf 1996-10-29
Artikel 6
Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Eelde
Met inachtneming van het gestelde in artikel 14, derde lidvan het Algemeen luchthavenreglement, worden de volgende voorschriften vastgesteld:
1. Voorschriften met betrekking tot het gebruik en het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen op het luchtvaartterrein a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven voorschriften of aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen goederen over te laden, voertuigen te parkeren, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven voorschriften of aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen goederen over te laden, voertuigen te parkeren, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
2. Het gebruik van voertuigen op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
c. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten een maximum snelheid van 30 km per uur vastgesteld;
d. Het gestelde onder c geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. het is verboden op een weg op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen; 1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
g. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
h. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
c. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten een maximum snelheid van 30 km per uur vastgesteld;
d. Het gestelde onder c geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. het is verboden op een weg op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen; 1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
g. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
h. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
1. Voorschriften met betrekking tot het gebruik en het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen op het luchtvaartterrein a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven voorschriften of aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen goederen over te laden, voertuigen te parkeren, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven voorschriften of aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen goederen over te laden, voertuigen te parkeren, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
2. Het gebruik van voertuigen op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
c. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten een maximum snelheid van 30 km per uur vastgesteld;
d. Het gestelde onder c geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. het is verboden op een weg op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen; 1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
g. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
h. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
c. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten een maximum snelheid van 30 km per uur vastgesteld;
d. Het gestelde onder c geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. het is verboden op een weg op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen; 1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
1º onder wedstrijd wordt voor de toepassing van het onder f gestelde verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van de onderdelen daarvan, hetzij van brandstoffen;
2º als deelnemers worden beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmede aan een wedstrijd wordt deelgenomen en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen;
3º van het onder f gestelde verbod kan door de exploitant ontheffing worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994;
4º een ontheffing als bedoeld onder 3∞ kan slechts worden verleend indien is aangetoond dat maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van deelneming aan de wedstrijd zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik van een motorvoertuig tijdens de wedstrijd aanleiding kan geven is gedekt door een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen;
g. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
h. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige radio-verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor aan hen toegewezen frequentie uit.
6. Beperkt Zicht Operaties Bij afnemend zicht wordt de regeling Beperkt Zicht Operaties Eelde ingesteld en moeten de daarin gestelde richtlijnen en voorschriften stipt worden opgevolgd.