BWBR0008173
Geldig vanaf 1996-07-18
Artikel 6
Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij
1. Indien de subsidieontvanger vóór de afloop van de periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 5, het gehele landbouwbedrijf verkoopt, verpacht of daarop een gebruiksrecht vestigt, kan de bedrijfsopvolger zich er tegenover de minister toe verbinden de verplichtingen voortvloeiend uit de subsidieverlening verder na te komen.
2. Voor de toepassing van deze regeleing wordt de bedrijfsopvolger die de in het eerste lid bedoelde verbintenis aangaat, vanaf het moment dat deze verbintenis is aangegaan, aangemerkt als subsidieontvanger.
3. Artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d, artikel 3, tweede lid, en artikel 4zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de bedrijfsopvolger de in het eerste lid bedoelde verbintenis niet aangaat, wordt de subsidieverlening ingetrokken voor de betrokken percelen. Artikel 14is van overeenkomstige toepassing, tenzij:
a. de subsidieontvanger de op de betrokken percelen betrekking hebbende verplichtingen reeds drie jaren is nagekomen,
b. de subsidieontvanger zijn landbouwactiviteiten definitief beëindigt en
c. overname van deze verbintenis niet te verwezenlijken valt.
2. Voor de toepassing van deze regeleing wordt de bedrijfsopvolger die de in het eerste lid bedoelde verbintenis aangaat, vanaf het moment dat deze verbintenis is aangegaan, aangemerkt als subsidieontvanger.
3. Artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d, artikel 3, tweede lid, en artikel 4zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de bedrijfsopvolger de in het eerste lid bedoelde verbintenis niet aangaat, wordt de subsidieverlening ingetrokken voor de betrokken percelen. Artikel 14is van overeenkomstige toepassing, tenzij:
a. de subsidieontvanger de op de betrokken percelen betrekking hebbende verplichtingen reeds drie jaren is nagekomen,
b. de subsidieontvanger zijn landbouwactiviteiten definitief beëindigt en
c. overname van deze verbintenis niet te verwezenlijken valt.