BWBR0008173
Geldig vanaf 1996-07-18
Artikel 5
Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij
1. Een subsidie kan slechts worden verleend indien de aanvrager zich verplicht om, te rekenen vanaf de laatste dag van de betrokken aanvraagperiode, gedurende vijf jaren:
a. het rundveebezettingsgetal van het betrokken landbouwbedrijf te handhaven op een niveau van ten minste 1,00 en ten hoogste 2,00, met dien verstande dat dit niveau uiterlijk aan het einde van het eerste jaar door een vermindering van het aan mannelijke runderen toe te rekenen aantal GVE met ten minste 10 % moet zijn gerealiseerd,
b. het voederareaal waarop de aanvraag betrekking heeft, niet te verkleinen en
c. het veebestand zodanig over het bedrijf te verspreiden dat de totale voederoppervlakte wordt onderhouden.
2. De subsidieverlening wordt geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager of, in geval van artikel 3, tweede lid, ten aanzien van één of meer van de tot de aanvrager behorende natuurlijke personen of rechtspersonen in de twee jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening een subsidie ingevolge een regeling ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2078/92is ingetrokken op de grond dat bij de aanvraag tot verlening of vaststelling van die subsidie opzettelijk of door grove nalatigheid onjuiste informatie is verstrekt.
a. het rundveebezettingsgetal van het betrokken landbouwbedrijf te handhaven op een niveau van ten minste 1,00 en ten hoogste 2,00, met dien verstande dat dit niveau uiterlijk aan het einde van het eerste jaar door een vermindering van het aan mannelijke runderen toe te rekenen aantal GVE met ten minste 10 % moet zijn gerealiseerd,
b. het voederareaal waarop de aanvraag betrekking heeft, niet te verkleinen en
c. het veebestand zodanig over het bedrijf te verspreiden dat de totale voederoppervlakte wordt onderhouden.
2. De subsidieverlening wordt geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager of, in geval van artikel 3, tweede lid, ten aanzien van één of meer van de tot de aanvrager behorende natuurlijke personen of rechtspersonen in de twee jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening een subsidie ingevolge een regeling ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2078/92is ingetrokken op de grond dat bij de aanvraag tot verlening of vaststelling van die subsidie opzettelijk of door grove nalatigheid onjuiste informatie is verstrekt.