BWBR0008170
Geldig vanaf 1996-07-15
Artikel 5
Regeling algemene verplichtingen houders infrastructuurvergunningen
1. De houder van een infrastructuurverguning levert vaste verbindingen die transparant zijn en die ongestructureerd en ongesynchroniseerd kunnen worden gebruikt.
2. De houder van een infrastructuurvergunning is niet gerechtigd technische beperkingen op te leggen of te handhaven ten aanzien van de onderlinge koppeling van vaste verbindingen.
3. De houder van een infrastructuurvergunning is gerechtigd het leveren van een vaste verbinding te weigeren, te onderbreken, te beperken of te beëindigen ten einde de veiligheid van het functioneren van de telecommunicatie-infrastructuur gedurende een noodsituatie te waarborgen.
Onder een noodsituatie wordt in dit verband verstaan: uitzonderlijke gevallen van overmacht, zoals rampen, extreme weersomstandigheden, over-stromingen, blikseminslag of brand, stakingen of stakingsbrekende maatregelen, oorlog, krijgshandelingen of rellen, waarbij sprake kan zijn van buitengewone omstandigheden.
4. De houder van een infrastructuurvergunning is gerechtigd het leveren van een vaste verbinding te onderbreken, indien daarop randapparatuur is aangesloten die niet voldoet aan de daaraan bij of krachtens de wet gestelde eisen. De houder van een infrastructuurvergunning is verplicht de contractant op de hoogte te stellen van de onderbreking onder vermelding van de reden daarvan. Zodra de aansluiting van de in de eerste zin bedoelde randapparatuur is verbroken, hervat de houder van een infrastructuurvergunning de levering van de vaste verbinding.
5. De houder van een infrastructuurvergunning is niet gerechtigd het gebruik van vaste verbindingen te beperken op grond van
a. het behoud van netwerkintegriteit,
b. de interoperabiliteit van diensten, indien de op de vaste verbinding aangesloten randapparatuur voldoet aan de daaraan bij of krachtens de wet gestelde eisen.
6. De houder van een infrastructuurvergunning kan het leveren van de dienst weigeren dan wel beëindigen indien door de contractant niet wordt voldaan aan de betreffende bepalingen met betrekking tot de dienst in de in artikel 7bedoelde algemene voorwaarden.
7. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat de eigenschappen van de vaste verbindingen op het netwerkaansluitpunt voldoen aan door internationale, met name Europese, organisaties vastgestelde aanbevelingen, richtlijnen, normen, standaarden en specificaties.
8. De houder van een infrastructuurvergunning is verplicht om
a. aanbiedingen van vaste verbindingen gedurende een redelijke termijn te handhaven;
b. wijzigingen in en het beëindigen van aanbiedingen van vaste verbindingen ten minste twee maanden van tevoren, tenzij het college toestemming geeft van deze termijn af te wijken, op genoegzame wijze bekend te maken.
9. De houder van een infrastructuurvergunning doet van de wijze van bekendmaking, bedoeld in lid 8, onder b, mededeling in de Staatscourant.
10. De houder van een infrastructuurvergunning is verplicht om
a. informatie over alle aanbiedingen van vaste verbindingen met betrekking tot de technische karakteristieken, de tarieven, de leverings- en gebruiksvoorwaarden en de voorwaarden voor de aansluiting van randapparatuur, overeenkomstig het schema van bijlage I van richtlijn 92/44/EEG op genoegzame wijze bekend te maken;
b. wijzigingen in de informatie, bedoeld in onderdeel a, ten minste twee maanden voor de datum waarop de aanbiedingen ingaan, op genoegzame wijze bekend te maken;
c. informatie betreffende nieuwe soorten aanbiedingen van vaste verbindingen ten minste twee maanden voor de datum waarop de aanbiedingen ingaan, op genoegzame wijze bekend te maken.
11. Lid 9 is van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in lid 10, onder a, b en c.
12. De leveringsvoorwaarden, bedoeld in lid 10, onder a, omvatten ten minste:
a. informatie betreffende de procedure voor het bestellen;
b. de standaardleveringstermijn, waaronder wordt verstaan de termijn, gerekend vanaf de dag waarop de contractant metterdaad een aanvraag voor een vaste verbinding heeft ingediend, waarbinnen 80% van alle vaste verbindingen van een zelfde type ter beschikking van de contractanten is gesteld. Deze termijn wordt vastgesteld op basis van de werkelijke leveringstermijnen voor vaste verbindingen over een recente tijdspanne van redelijke duur. Daarbij worden de gevallen waarbij contractanten om een late leveringstermijn hebben verzocht, niet meegeteld. Voor nieuwe typen vaste verbindingen wordt in plaats van de standaardleveringstermijn een streeftermijn voor de levering bekendgemaakt;
c. de contractperiode, met inbegrip van de algemeen geldende contractperiode en de voor de contractant verplichte minimale contractperiode;
d. de normale reparatietermijn, waaronder wordt verstaan de periode gerekend vanaf het moment dat een defect aan de houder van een infrastructuurvergunning is gemeld, tot het moment waarop 80% van die gemelde defecten van vaste verbindingen van hetzelfde type is hersteld en daarvan mededeling is gedaan aan de contractanten. Wanneer een zelfde type vaste verbinding naar gelang van de kwaliteit is verdeeld in diverse klassen, worden de diverse, overeenkomende normale reparatietermijnen bekendgemaakt. Voor nieuwe typen vaste verbindingen wordt in plaats van de normale reparatietermijn een streeftermijn voor de reparatie bekendgemaakt;
e. de diverse restitutieregelingen.
13. De houder van een infrastructuurvergunning is slechts met instemming van het college gerechtigd een vaste verbinding te leveren tegen andere tarieven en leveringsvoorwaarden dan de bekendgemaakte.
14. De houder van een infrastructuurvergunning zal tijdig bekendheid geven aan wijzigingen van de eigenschappen van de telecommunicatie-infrastructuur voor zover deze van invloed zijn op de gebruiksmogelijkheden.
15. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat als regel binnen 10 werkdagen na ontvangst van een aanvraag tot levering, beëindiging of wijziging van een vaste verbinding, de aanvrager wordt medegedeeld of de aanvraag op grond van de algemene voorwaarden is geaccepteerd en wanneer de gevraagde activiteit dan zal plaatsvinden. Onder werkdagen dient te worden verstaan maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen. Als leveringstermijn en reparatietermijn geldt de standaardleveringstermijn dan wel de streeftermijn voor de levering, bedoeld in lid 12, onder b, en de normale reparatietermijn dan wel de streeftermijn voor de reparatie, bedoeld in lid 12, onder d.
16. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat, als een contractant meldt dat de vaste verbinding op het aansluitpunt niet voldoet aan het terzake in de algemene voorwaarden gestelde, als regel binnen 2 werkdagen een onderzoek wordt ingesteld.
17. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat als regel binnen 5 werkdagen na ontvangst van een melding als genoemd in lid 16 dusdanige voorzieningen worden getroffen dat de vaste verbinding weer voldoet aan het ter zake in de algemene voorwaarden gestelde.
2. De houder van een infrastructuurvergunning is niet gerechtigd technische beperkingen op te leggen of te handhaven ten aanzien van de onderlinge koppeling van vaste verbindingen.
3. De houder van een infrastructuurvergunning is gerechtigd het leveren van een vaste verbinding te weigeren, te onderbreken, te beperken of te beëindigen ten einde de veiligheid van het functioneren van de telecommunicatie-infrastructuur gedurende een noodsituatie te waarborgen.
Onder een noodsituatie wordt in dit verband verstaan: uitzonderlijke gevallen van overmacht, zoals rampen, extreme weersomstandigheden, over-stromingen, blikseminslag of brand, stakingen of stakingsbrekende maatregelen, oorlog, krijgshandelingen of rellen, waarbij sprake kan zijn van buitengewone omstandigheden.
4. De houder van een infrastructuurvergunning is gerechtigd het leveren van een vaste verbinding te onderbreken, indien daarop randapparatuur is aangesloten die niet voldoet aan de daaraan bij of krachtens de wet gestelde eisen. De houder van een infrastructuurvergunning is verplicht de contractant op de hoogte te stellen van de onderbreking onder vermelding van de reden daarvan. Zodra de aansluiting van de in de eerste zin bedoelde randapparatuur is verbroken, hervat de houder van een infrastructuurvergunning de levering van de vaste verbinding.
5. De houder van een infrastructuurvergunning is niet gerechtigd het gebruik van vaste verbindingen te beperken op grond van
a. het behoud van netwerkintegriteit,
b. de interoperabiliteit van diensten, indien de op de vaste verbinding aangesloten randapparatuur voldoet aan de daaraan bij of krachtens de wet gestelde eisen.
6. De houder van een infrastructuurvergunning kan het leveren van de dienst weigeren dan wel beëindigen indien door de contractant niet wordt voldaan aan de betreffende bepalingen met betrekking tot de dienst in de in artikel 7bedoelde algemene voorwaarden.
7. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat de eigenschappen van de vaste verbindingen op het netwerkaansluitpunt voldoen aan door internationale, met name Europese, organisaties vastgestelde aanbevelingen, richtlijnen, normen, standaarden en specificaties.
8. De houder van een infrastructuurvergunning is verplicht om
a. aanbiedingen van vaste verbindingen gedurende een redelijke termijn te handhaven;
b. wijzigingen in en het beëindigen van aanbiedingen van vaste verbindingen ten minste twee maanden van tevoren, tenzij het college toestemming geeft van deze termijn af te wijken, op genoegzame wijze bekend te maken.
9. De houder van een infrastructuurvergunning doet van de wijze van bekendmaking, bedoeld in lid 8, onder b, mededeling in de Staatscourant.
10. De houder van een infrastructuurvergunning is verplicht om
a. informatie over alle aanbiedingen van vaste verbindingen met betrekking tot de technische karakteristieken, de tarieven, de leverings- en gebruiksvoorwaarden en de voorwaarden voor de aansluiting van randapparatuur, overeenkomstig het schema van bijlage I van richtlijn 92/44/EEG op genoegzame wijze bekend te maken;
b. wijzigingen in de informatie, bedoeld in onderdeel a, ten minste twee maanden voor de datum waarop de aanbiedingen ingaan, op genoegzame wijze bekend te maken;
c. informatie betreffende nieuwe soorten aanbiedingen van vaste verbindingen ten minste twee maanden voor de datum waarop de aanbiedingen ingaan, op genoegzame wijze bekend te maken.
11. Lid 9 is van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in lid 10, onder a, b en c.
12. De leveringsvoorwaarden, bedoeld in lid 10, onder a, omvatten ten minste:
a. informatie betreffende de procedure voor het bestellen;
b. de standaardleveringstermijn, waaronder wordt verstaan de termijn, gerekend vanaf de dag waarop de contractant metterdaad een aanvraag voor een vaste verbinding heeft ingediend, waarbinnen 80% van alle vaste verbindingen van een zelfde type ter beschikking van de contractanten is gesteld. Deze termijn wordt vastgesteld op basis van de werkelijke leveringstermijnen voor vaste verbindingen over een recente tijdspanne van redelijke duur. Daarbij worden de gevallen waarbij contractanten om een late leveringstermijn hebben verzocht, niet meegeteld. Voor nieuwe typen vaste verbindingen wordt in plaats van de standaardleveringstermijn een streeftermijn voor de levering bekendgemaakt;
c. de contractperiode, met inbegrip van de algemeen geldende contractperiode en de voor de contractant verplichte minimale contractperiode;
d. de normale reparatietermijn, waaronder wordt verstaan de periode gerekend vanaf het moment dat een defect aan de houder van een infrastructuurvergunning is gemeld, tot het moment waarop 80% van die gemelde defecten van vaste verbindingen van hetzelfde type is hersteld en daarvan mededeling is gedaan aan de contractanten. Wanneer een zelfde type vaste verbinding naar gelang van de kwaliteit is verdeeld in diverse klassen, worden de diverse, overeenkomende normale reparatietermijnen bekendgemaakt. Voor nieuwe typen vaste verbindingen wordt in plaats van de normale reparatietermijn een streeftermijn voor de reparatie bekendgemaakt;
e. de diverse restitutieregelingen.
13. De houder van een infrastructuurvergunning is slechts met instemming van het college gerechtigd een vaste verbinding te leveren tegen andere tarieven en leveringsvoorwaarden dan de bekendgemaakte.
14. De houder van een infrastructuurvergunning zal tijdig bekendheid geven aan wijzigingen van de eigenschappen van de telecommunicatie-infrastructuur voor zover deze van invloed zijn op de gebruiksmogelijkheden.
15. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat als regel binnen 10 werkdagen na ontvangst van een aanvraag tot levering, beëindiging of wijziging van een vaste verbinding, de aanvrager wordt medegedeeld of de aanvraag op grond van de algemene voorwaarden is geaccepteerd en wanneer de gevraagde activiteit dan zal plaatsvinden. Onder werkdagen dient te worden verstaan maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen. Als leveringstermijn en reparatietermijn geldt de standaardleveringstermijn dan wel de streeftermijn voor de levering, bedoeld in lid 12, onder b, en de normale reparatietermijn dan wel de streeftermijn voor de reparatie, bedoeld in lid 12, onder d.
16. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat, als een contractant meldt dat de vaste verbinding op het aansluitpunt niet voldoet aan het terzake in de algemene voorwaarden gestelde, als regel binnen 2 werkdagen een onderzoek wordt ingesteld.
17. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat als regel binnen 5 werkdagen na ontvangst van een melding als genoemd in lid 16 dusdanige voorzieningen worden getroffen dat de vaste verbinding weer voldoet aan het ter zake in de algemene voorwaarden gestelde.