BWBR0008127
Geldig vanaf 1996-06-29
Artikel 7
Besluit klachtbehandeling raad voor de kinderbescherming
1. Er zijn vijf klachtencommissies. Elke commissie behandelt de klachten omtrent gedragingen van de algemeen directeur, directeur of de medewerker, werkzaam in het ressort waarvoor zij bevoegd is.
Deze ressorten komen overeen met die van een hof.
2. De leden van de klachtencommissies kunnen niet werkzaam zijn bij de raad voor de kinderbescherming.
3. De klachtencommissie bestaat uit de volgende leden:
a. Een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters, bij voorkeur rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, door Onze Minister benoemd op gemeenschappelijke voordracht van op voordracht van de Raad voor de rechtspraak daartoe geadviseerd door de besturen van de rechtbanken;
b. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van het jeugdwelzijn en betrokken bij de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming, door Onze Minister benoemd op voordracht van het provinciaal bestuur of op gemeenschappelijke voordracht van de provinciale besturen van de provincie of de provincies waarin het desbetreffende ressort is gelegen;
c. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van het jeugdwelzijn en betrokken bij de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming, benoemd door Onze Minister.
4. De voorzitter en de leden van de klachtencommissie worden benoemd voor de tijd van zes jaren. Zij kunnen in aansluiting op die termijn één maal voor een gelijke termijn worden herbenoemd.
5. Aan de voorzitter en aan een lid wordt op eigen verzoek tussentijds ontslag verleend.
6. Een lid kan door Onze Minister worden ontslagen bij gebleken voortdurende achteloosheid in de uitoefening van het lidmaatschap.
Omtrent het voornemen tot ontslag wordt de betrokkene door Onze Minister gehoord.
Deze ressorten komen overeen met die van een hof.
2. De leden van de klachtencommissies kunnen niet werkzaam zijn bij de raad voor de kinderbescherming.
3. De klachtencommissie bestaat uit de volgende leden:
a. Een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters, bij voorkeur rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, door Onze Minister benoemd op gemeenschappelijke voordracht van op voordracht van de Raad voor de rechtspraak daartoe geadviseerd door de besturen van de rechtbanken;
b. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van het jeugdwelzijn en betrokken bij de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming, door Onze Minister benoemd op voordracht van het provinciaal bestuur of op gemeenschappelijke voordracht van de provinciale besturen van de provincie of de provincies waarin het desbetreffende ressort is gelegen;
c. een lid en een of meer plaatsvervangende leden, deskundig op het terrein van het jeugdwelzijn en betrokken bij de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming, benoemd door Onze Minister.
4. De voorzitter en de leden van de klachtencommissie worden benoemd voor de tijd van zes jaren. Zij kunnen in aansluiting op die termijn één maal voor een gelijke termijn worden herbenoemd.
5. Aan de voorzitter en aan een lid wordt op eigen verzoek tussentijds ontslag verleend.
6. Een lid kan door Onze Minister worden ontslagen bij gebleken voortdurende achteloosheid in de uitoefening van het lidmaatschap.
Omtrent het voornemen tot ontslag wordt de betrokkene door Onze Minister gehoord.