BWBR0008127
Geldig vanaf 1996-06-29
Artikel 2
Besluit klachtbehandeling raad voor de kinderbescherming
1. Een ieder, die als belanghebbende of als informant betrokken is bij een bij de raad voor de kinderbescherming in behandeling zijnde of geweest zijnde aangelegenheid kan zich bij de directeur beklagen over gedragingen jegens hem in die aangelegenheid van een medewerker in het desbetreffende ressort. Over een gedraging van een medewerker van het landelijk bureau van de raad kan beklag worden gedaan bij de algemeen directeur van de raad. De bepalingen omtrent de behandeling van de klacht door de directeur zijn alsdan van toepassing op de algemeen directeur.
2. De klacht wordt mondeling of schriftelijk ingediend uiterlijk binnen twee maanden na de dag waarop de klager kennis heeft gekregen van de gedraging. Een na afloop van deze termijn ingediende klacht is niettemin ontvankelijk, indien blijkt dat de klacht is ingediend zo spoedig als redelijkerwijs van de klager kon worden verlangd.
3. De ontvangst van de klacht wordt onverwijld schriftelijk door de directeur bevestigd. Bij deze bevestiging wordt tevens medegedeeld dat de klager zich bij de behandeling van de klacht kan doen bijstaan door een raadsman of vertrouwenspersoon.
4. Indien de klacht verband houdt met een aangelegenheid waarover de raad een verzoek of een advies tot de rechter heeft gericht en de rechter over die aangelegenheid nog geen beslissing heeft genomen, stelt de directeur de rechter onverwijld in kennis van het indienen van de klacht.
2. De klacht wordt mondeling of schriftelijk ingediend uiterlijk binnen twee maanden na de dag waarop de klager kennis heeft gekregen van de gedraging. Een na afloop van deze termijn ingediende klacht is niettemin ontvankelijk, indien blijkt dat de klacht is ingediend zo spoedig als redelijkerwijs van de klager kon worden verlangd.
3. De ontvangst van de klacht wordt onverwijld schriftelijk door de directeur bevestigd. Bij deze bevestiging wordt tevens medegedeeld dat de klager zich bij de behandeling van de klacht kan doen bijstaan door een raadsman of vertrouwenspersoon.
4. Indien de klacht verband houdt met een aangelegenheid waarover de raad een verzoek of een advies tot de rechter heeft gericht en de rechter over die aangelegenheid nog geen beslissing heeft genomen, stelt de directeur de rechter onverwijld in kennis van het indienen van de klacht.