BWBR0008127
Geldig vanaf 1996-06-29
Artikel 12
Besluit klachtbehandeling raad voor de kinderbescherming
1. In klachtzaken, waarin tot het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, de directeur van een raad voor de kinderbescherming optreedt, treedt de ressortsdirecteur of de door hem tot de klachtbehandeling aangewezen persoon, in zijn plaats.
2. Klachtzaken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in behandeling zijn bij één van de zes tot dit tijdstip bestaande klachtencommissies, worden door deze commissies afgehandeld met toepassing van het voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit geldende recht.
Deze klachtencommissies blijven in stand totdat alle zaken die vóór de inwerkingtreding van dit besluit aanhangig zijn gemaakt, zijn afgedaan.
3. De op het moment van inwerkingtreding van dit besluit in de in het tweede lid bedoelde klachtencommissies zitting hebbende leden, blijven in afwijking van het vervallen artikel 39, vierde lid, van het Organisatiebesluit raden voor de kinderbescherming 1982 daarin zitting houden totdat deze klachtencommissies zijn ontbonden.
2. Klachtzaken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in behandeling zijn bij één van de zes tot dit tijdstip bestaande klachtencommissies, worden door deze commissies afgehandeld met toepassing van het voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit geldende recht.
Deze klachtencommissies blijven in stand totdat alle zaken die vóór de inwerkingtreding van dit besluit aanhangig zijn gemaakt, zijn afgedaan.
3. De op het moment van inwerkingtreding van dit besluit in de in het tweede lid bedoelde klachtencommissies zitting hebbende leden, blijven in afwijking van het vervallen artikel 39, vierde lid, van het Organisatiebesluit raden voor de kinderbescherming 1982 daarin zitting houden totdat deze klachtencommissies zijn ontbonden.