Wet Justitie-subsidies
HOOFDSTUK 1
INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 2
a. op deze wet berusten, of
b. niet op een wettelijk voorschrift berusten.
Artikel 3
Artikel 4
a. dit wenselijk is met het oog op een goede afstemming met de door die andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen, en
b. daardoor het belang met het oog waarop die verplichtingen zijn opgelegd, niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 5
2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
4. Aan door Onze Minister verstrekte subsidies is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
HOOFDSTUK 2
SLACHTOFFERHULP
Afdeling 1
Begripsomschrijving
Artikel 6
a. de opvang en ondersteuning van slachtoffers en nabestaanden van vermoedelijke strafbare feiten, bestaande uit: 1°. juridische ondersteuning;
2°. praktische ondersteuning;
3°. kortdurende emotionele ondersteuning;
4°. doorverwijzing naar niet in het bijzonder voor slachtoffers bedoelde hulpverleningsinstellingen;
1°. juridische ondersteuning;
2°. praktische ondersteuning;
3°. kortdurende emotionele ondersteuning;
4°. doorverwijzing naar niet in het bijzonder voor slachtoffers bedoelde hulpverleningsinstellingen;
b. activiteiten ter verbetering van de positie van het slachtoffer.
Afdeling 2
De rechtspersoon
Artikel 7
2. Van de aanwijzing door Onze Minister wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 7a
Afdeling 3
Subsidiëring
Artikel 8
2. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
b. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
c. de vaststelling van de subsidie;
d. intrekking of wijziging van de subsidie;
e. verplichtingen van de subsidieontvanger.
Artikel 9
Artikel 10
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 11
2. Indien aan de rechtspersoon zaken ter beschikking worden gesteld door een andere rechtspersoon die de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel heeft, betaalt zij aan deze rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat ter zake op grond van de historische kostprijs en rekening houdende met de voor de instelling geldende afschrijvingspercentages in redelijkheid in rekening kan worden gebracht.
3. Indien voor de rechtspersoon diensten worden verricht door een andere rechtspersoon, die de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel heeft en welke in het algemeen in eigen beheer worden verricht, betaalt de rechtspersoon aan de andere rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat het verrichten van de diensten in eigen beheer zou hebben gekost.
4. De rechtspersoon verstrekt desgevraagd aan Onze Minister een beschrijving van de tussen deze rechtspersoon en andere rechtspersonen bestaande organisatorische dan wel financiële banden alsmede van zodanig nog in het leven te roepen of te wijzigen banden, voor zover deze banden van invloed kunnen zijn op de bepaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 12
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 13
2. Onze Minister stelt een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, als bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vast.
Artikel 14
Artikel 15
2. Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. Onze Minister onderscheidenlijk de subsidie-ontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de subsidie-ontvanger door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van Onze Minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Afdeling 4
Overige per boekjaar verstrekte subsidies
Artikel 20
Afdeling 5
Projectsubsidies
§ 1
Algemeen
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
§ 2
De subsidieverlening
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
§ 3
Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 28
§ 4
De subsidievaststelling
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
Hoofdstuk 3
Criminaliteitspreventie, het voorkomen van terrorisme, nazorg en vrijwilligersactiviteiten bij de sanctietoepassing
Artikel 32
criminaliteitspreventie: activiteiten gericht op: a. het weerhouden van potentiële plegers van strafbare feiten van het plegen of opnieuw plegen daarvan;
b. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten, of
c. het voorkomen van slachtofferschap.
a. het weerhouden van potentiële plegers van strafbare feiten van het plegen of opnieuw plegen daarvan;
b. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten, of
c. het voorkomen van slachtofferschap.
vrijwilligerswerk bij de sanctietoepassing: activiteiten verricht door vrijwilligers ten behoeve van (ex-)justitieel ingeslotenen, gericht op reïntegratie van de (ex-)justitieel ingeslotenen in de samenleving.
Artikel 33
2. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
3. De artikelen 13en 15zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34
a. de activiteiten worden bevorderd die effectief zijn gebleken;
b. activiteiten op dit gebied worden ontwikkeld of
c. de activiteiten zijn gericht op deskundigheidsbevordering.
Artikel 35
2. Deze regels kunnen in ieder geval betreffen:
a. een uitwerking van de activiteiten, genoemd in artikel 32, die voor subsidie in aanmerking komen, en
b. een nadere omschrijving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Artikel 36
Artikel 37
HOOFDSTUK 4
ONDERZOEK
§ 1
Algemeen
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de kosten die voor subsidie in aanmerking komen;
b. de wijze waarop bepaalde kosten worden berekend;
c. de subsidie die voor bepaalde kosten ten hoogste kan worden verstrekt.
Artikel 41
a. past binnen de beleidsregels;
b. van voldoende wetenschappelijke kwaliteit is, en
c. mede gelet op de beschikbare financiële middelen, voldoende relevant is voor het beleid van Onze Minister.
§ 2
De subsidieverlening
Artikel 42
Artikel 43
a. een onderzoeksplan, en
b. een begroting.
2. De aanvraag vermeldt voorts in ieder geval:
a. de samenstelling van een eventueel samenwerkingsverband waarin het onderzoek wordt uitgevoerd,
b. de instelling die de personele en financiële verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van het onderzoek, en
c. de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van eventuele aanvragen om subsidie bij een of meer andere bestuursorganen of organen van internationale organisaties, welke dezelfde begrote uitgaven betreffen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen waaraan een onderzoeksplan en een begroting moeten voldoen.
Artikel 44
§ 3
Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 45
2. Deze regels kunnen in ieder geval betreffen:
a. de eisen die worden gesteld aan de leiding, begeleiding en verrichting van het onderzoek;
b. de instelling van een begeleidingscommissie en de vertegenwoordiging van Onze Minister in die commissie;
c. de rapportage;
d. de publikatie van de onderzoeksresultaten;
e. de eigendom, het gebruik en de opslag van onderzoeksmateriaal.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, betreffen niet de uitkomsten van het onderzoek.
4. Onze Minister maakt, onverminderd artikel 5.1 van de Wet open overheid, de onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk openbaar, maar in ieder geval binnen zes maanden na de aanbieding ervan aan Onze Minister.
Artikel 46
2. Persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid worden slechts gebruikt voor het onderzoek waarvoor subsidie is verleend, tenzij Onze Minister of degene die de gegevens heeft verstrekt toestemming geeft voor gebruik ten behoeve van ander onderzoek.
Artikel 47
§ 4
De subsidievaststelling
Artikel 48
2. Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot vaststelling.
Hoofdstuk 4A
Immigratie en asiel
Artikel 48a
2. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
3. Onze Minister kan een subsidieplafond vaststellen. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 48b
Hoofdstuk 4B
Schuldsanering
Artikel 48c
a. het optreden als bewindvoerder als bedoeld in artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet;
b. activiteiten ter ondersteuning van bewindvoerders.
2. De subsidies worden per boekjaar verstrekt.
3. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
Artikel 48d
a. de personen of instellingen waaraan de subsidies kunnen worden verstrekt;
b. de wijze waarop het bedrag van de subsidies wordt bepaald;
c. de aan de subsidies voor de ontvanger verbonden verplichtingen voorzover niet reeds voortvloeiend uit de derde titel van de Faillissementswet;
d. de verlening van voorschotten;
e. de vaststelling en verdeling van een of meer subsidieplafonds.
2. Indien de subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, is, in afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2 van die wetvan toepassing.
3. Onze Minister stelt een commissie van deskundigen in. De commissie heeft een tijdelijk karakter. De commissie adviseert over de uitvoering van de derde titel van de Faillissementswet.
Hoofdstuk 4C
Reclassering
Artikel 48e
2. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid.
Hoofdstuk 4D
Halt-afdoeningen
Afdeling 1
Begripsomschrijving
Artikel 48f
a. Halt-afdoening: een afdoening als bedoeld in artikel 77e van het Wetboek van Strafrecht.
b. Jeugdige: een verdachte in de leeftijd vanaf 12 tot en met 17 jaar.
c. Halt-bureau: een door Onze Minister aangewezen rechtspersoon die in elk geval voorziet in de coördinatie en uitvoering van Halt-afdoeningen;
d. Halt-module: onderdeel van een Halt-afdoening.
Afdeling 2
Het Halt-bureau
Artikel 48g
2. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan het aanwijzen van een Halt-bureau en kan worden bepaald in welke gevallen de aanwijzing wordt opgeschort of ingetrokken.
3. Afdeling 4.2.8. van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
4. De artikelen 11, 13en 15zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Het Halt-bureau dient binnen dertien weken na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
6. Hetgeen bij en krachtens de artikelen 4.1.1, tweede lid, eerste volzin, juncto 4.1.5, eerste lid, van de Jeugdwetis bepaald ten aanzien van jeugdhulpaanbieders, is voor wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling van overeenkomstige toepassing op het Halt-bureau.
Artikel 48h
2. Onze Minister kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag van de subsidie door hem in de loop van het boekjaar kan worden bijgesteld in verband met de ontwikkeling van het loon- en prijspeil.
Artikel 48i
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke andere verplichtingen aan de subsidieverlening zijn verbonden.
Artikel 48j
2. Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat het definitieve aantal afdoeningen minder bedraagt dan 95 procent van de raming, vindt een door Onze Minister te bepalen verlaging plaats van de subsidie.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Artikel 48k
Artikel 48l
2. Bij ministeriële regeling worden de maximale hoogte van de jaarlijkse toevoeging en de maximale omvang van de egalisatiereserve bepaald en kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 48m
Afdeling 3
De ondersteunende rechtspersoon
Artikel 48n
Artikel 48o
Artikel 48p
Artikel 48q
Hoofdstuk 4E
Openbare orde en veiligheid
Artikel 48r
a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare feiten;
b. het vergroten van de kennis en het inzicht in veiligheidsvraagstukken, alsmede het verder ontwikkelen van integraal veiligheidsbeleid;
c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het algemeen, waaronder de handhaving van de openbare orde;
d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van de politie, brandweer en de rampenbestrijdingsorganisaties.
Artikel 48s
Artikel 48t
a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend;
d. de aan de subsidie verbonden verplichtingen of te verbinden verplichtingen;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 4F
Parentale internationale kinderontvoering
Artikel 48u
a. de instandhouding van een expertisecentrum dat gespecialiseerd is in zaken op het gebied van parentale internationale kinderontvoering;
b. overige activiteiten op het gebied van parentale internationale kinderontvoering.
2. Op een subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
3. Onze Minister kan een subsidieplafond vaststellen voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid.
Hoofdstuk 4G
Ondertoezichtstelling en (voorlopige) voogdij minderjarige vreemdelingen
Artikel 48v
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verlenen van deze subsidie.
HOOFDSTUK 5
OVERIGE SUBSIDIES
Artikel 49
2. De artikelen 13en 15zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste lid.
Artikel 50
HOOFDSTUK 6
WIJZIGINGEN IN ANDERE WETTEN
Artikel 51
Artikel 52
Artikel 53
Artikel 54
Artikel 54a
Artikel 54b
HOOFDSTUK 7
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN