BWBR0008121
Geldig vanaf 2014-11-05
Artikel 11
Wet Justitie-subsidies
1. Indien de rechtspersoon zaken ter beschikking stelt aan of diensten verricht voor natuurlijke personen of rechtspersonen, die niet de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel hebben, brengt zij een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is.
2. Indien aan de rechtspersoon zaken ter beschikking worden gesteld door een andere rechtspersoon die de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel heeft, betaalt zij aan deze rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat ter zake op grond van de historische kostprijs en rekening houdende met de voor de instelling geldende afschrijvingspercentages in redelijkheid in rekening kan worden gebracht.
3. Indien voor de rechtspersoon diensten worden verricht door een andere rechtspersoon, die de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel heeft en welke in het algemeen in eigen beheer worden verricht, betaalt de rechtspersoon aan de andere rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat het verrichten van de diensten in eigen beheer zou hebben gekost.
4. De rechtspersoon verstrekt desgevraagd aan Onze Minister een beschrijving van de tussen deze rechtspersoon en andere rechtspersonen bestaande organisatorische dan wel financiële banden alsmede van zodanig nog in het leven te roepen of te wijzigen banden, voor zover deze banden van invloed kunnen zijn op de bepaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.
2. Indien aan de rechtspersoon zaken ter beschikking worden gesteld door een andere rechtspersoon die de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel heeft, betaalt zij aan deze rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat ter zake op grond van de historische kostprijs en rekening houdende met de voor de instelling geldende afschrijvingspercentages in redelijkheid in rekening kan worden gebracht.
3. Indien voor de rechtspersoon diensten worden verricht door een andere rechtspersoon, die de ondersteuning van de rechtspersoon ten doel heeft en welke in het algemeen in eigen beheer worden verricht, betaalt de rechtspersoon aan de andere rechtspersoon geen hogere vergoeding dan het bedrag dat het verrichten van de diensten in eigen beheer zou hebben gekost.
4. De rechtspersoon verstrekt desgevraagd aan Onze Minister een beschrijving van de tussen deze rechtspersoon en andere rechtspersonen bestaande organisatorische dan wel financiële banden alsmede van zodanig nog in het leven te roepen of te wijzigen banden, voor zover deze banden van invloed kunnen zijn op de bepaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.