BWBR0007983
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 66
Oorlogswet voor Nederland
1. Behalve de bij de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/141" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 141</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/142" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">142 van het Wetboek van Strafvordering</a>genoemde ambtenaren zijn, gedurende de beperkte en de algemene noodtoestand, met de opsporing van strafbare feiten de door het militair gezag, na overleg met Onze Minister van Justitie, aangewezen en daartoe beëdigde personen belast.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de <em>Staatscourant</em>.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld over de beëdiging van de in het eerste lid bedoelde personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de <em>Staatscourant</em>.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld over de beëdiging van de in het eerste lid bedoelde personen.