BWBR0007983
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 31
Oorlogswet voor Nederland
1. Het militair gezag is bevoegd elk aan de post of aan andere instellingen van vervoer of aan een inrichting van telecommunicatie toevertrouwd stuk of bericht in beslag te nemen, af te luisteren of op te nemen, te onderzoeken, achter te houden, geheel of gedeeltelijk te vernietigen, te wijzigen, onleesbaar te maken of te verhinderen, dat het zijn bestemming bereikt. Zodra de militaire noodzaak is vervallen worden belanghebbenden van gebruik van deze bevoegdheid van het militair gezag schriftelijk op de hoogte gesteld.
2. Het militair gezag is bevoegd van de wettelijke bepalingen omtrent het afluisteren, aftappen of opnemen van niet voor het publiek bestemd gespreksverkeer via telecommunicatienetwerken af te wijken, dan wel deze bij verordening voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.
2. Het militair gezag is bevoegd van de wettelijke bepalingen omtrent het afluisteren, aftappen of opnemen van niet voor het publiek bestemd gespreksverkeer via telecommunicatienetwerken af te wijken, dan wel deze bij verordening voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.