BWBR0007983
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 33
Oorlogswet voor Nederland
1. Het militair gezag is mede bevoegd de bijzondere last als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/139a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 139a, derde lid onder 3°</a>, en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/139b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">139b, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>te geven.
2. Het militair gezag is bevoegd van de wettelijke bepalingen omtrent het afluisteren, aftappen en opnemen van ander dan niet voor het publiek bestemd gespreksverkeer via telecommunicatienetwerken af te wijken, dan wel deze bij verordening voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.
3. Zodra de militaire noodzaak is vervallen worden belanghebbenden van gebruik van de in het eerste en tweede lid gegeven bevoegdheden schriftelijk op de hoogte gesteld.
2. Het militair gezag is bevoegd van de wettelijke bepalingen omtrent het afluisteren, aftappen en opnemen van ander dan niet voor het publiek bestemd gespreksverkeer via telecommunicatienetwerken af te wijken, dan wel deze bij verordening voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.
3. Zodra de militaire noodzaak is vervallen worden belanghebbenden van gebruik van de in het eerste en tweede lid gegeven bevoegdheden schriftelijk op de hoogte gesteld.