BWBR0007925
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 36
Douanebesluit
1. Schepen welke ingevolge artikel 8, eerste lid, bij binnenkomst uit zee zijn vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 4en 5, behoeven bij het uitgaan ter zee niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang.
2. Evenmin behoeven aan een douanekantoor van uitgang worden aangebracht schepen welke over zee van de ene in Nederland gelegen haven naar de andere gaan.
3. Luchtvaartuigen welke ingevolge artikel 12bij binnenkomst zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 10, behoeven bij het uitgaan niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien ter zake van de uitvoer, wederuitvoer, dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld.
2. Evenmin behoeven aan een douanekantoor van uitgang worden aangebracht schepen welke over zee van de ene in Nederland gelegen haven naar de andere gaan.
3. Luchtvaartuigen welke ingevolge artikel 12bij binnenkomst zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 10, behoeven bij het uitgaan niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien ter zake van de uitvoer, wederuitvoer, dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld.