BWBR0007890
Geldig vanaf 1996-02-18
Artikel 6
Statuut agentschap rijksarchiefdienst
1. Met betrekking tot de door de rijksarchiefdienst in een bepaalde periode te leveren prestaties ter uitvoering van de taken bedoeld in artikel 4alsmede met betrekking tot de daartoe door de minister ter beschikking te stellen middelen maken de hoofden van de rijksarchiefdienst en de Directie Cultureel Erfgoed schriftelijke afspraken, managementcontract te noemen.
2. De schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, betreffen in ieder geval de wijze waarop en de mate waarin diensten en produkten, als bedoeld in artikel 5, aan derden worden aangeboden.
3. Het managementcontract wordt afgesloten voor een periode van vier jaar, waarbij de ingangsdatum van het managementscontract samenvalt met de ingangsdatum van de Cultuurnota, tenzij door de partijen genoemd in het eerste lid anders wordt besloten.
4. Voor het jaar 1996 wordt een managementcontract gesloten voor de periode van één jaar.
5. Het hoofd van de rijksarchiefdienst is verantwoordelijk voor de doel- en rechtmatigheid van de uitgaven die worden gedaan ter uitvoering van het managementcontract.
2. De schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, betreffen in ieder geval de wijze waarop en de mate waarin diensten en produkten, als bedoeld in artikel 5, aan derden worden aangeboden.
3. Het managementcontract wordt afgesloten voor een periode van vier jaar, waarbij de ingangsdatum van het managementscontract samenvalt met de ingangsdatum van de Cultuurnota, tenzij door de partijen genoemd in het eerste lid anders wordt besloten.
4. Voor het jaar 1996 wordt een managementcontract gesloten voor de periode van één jaar.
5. Het hoofd van de rijksarchiefdienst is verantwoordelijk voor de doel- en rechtmatigheid van de uitgaven die worden gedaan ter uitvoering van het managementcontract.