BWBR0007890
Geldig vanaf 1996-02-18
Artikel 11
Statuut agentschap rijksarchiefdienst
1. De Bestuursraad behoudt met betrekking tot het personeel en de organisatie van de rijksarchiefdienst de volgende bevoegdheden:
a. het vaststellen van de kaders en voorwaarden voor het personeelsbeleid en -beheer voorzover die rechtstreeks voortvloeien uit het kabinetsbeleid;
b. het voeren van interdepartementaal overleg betreffende personeelsbeleid en -beheer;
c. het benoemen van functionarissen bij de rijksarchiefdienst op het niveau van schaal 15 en hoger;
d. het vaststellen van de niveaus van functies bij de rijksarchiefdienst van schaal 15 en hoger;
e. het voeren van overleg met de Bijzondere Commissie over aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van alle ambtenaren van het ministerie;
f. het voeren van overleg met de Bijzondere Commissie over specifieke maatregelen van algemeen belang voor de ambtenaren van de rijksarchiefdienst;
g. het toepassen van artikel 96, eerste en tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement inzake onvrijwillig ontslag, indien de mogelijkheid tot herplaatsing van de desbetreffende ambtenaar ook buiten de rijksarchiefdienst moet worden onderzocht.
h. het toepassen van de artikelen 97b en 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement inzake onvrijwillig ontslag.
i. het toepassen van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ten aanzien van het hoofd van de rijksarchiefdienst.
2. De benoemingen, bedoeld in het eerste lid, onder c, vinden plaats op voordracht van het hoofd van de rijksarchiefdienst.
3. De naar aanleiding van het in het eerste lid, onder e, bedoelde overleg te nemen maatregelen gelden ook voor het personeel van de rijksarchiefdienst, tenzij na overleg met de Bijzondere Commissie anders wordt bepaald.
4. Het overleg, bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de rijksarchiefdienst.
a. het vaststellen van de kaders en voorwaarden voor het personeelsbeleid en -beheer voorzover die rechtstreeks voortvloeien uit het kabinetsbeleid;
b. het voeren van interdepartementaal overleg betreffende personeelsbeleid en -beheer;
c. het benoemen van functionarissen bij de rijksarchiefdienst op het niveau van schaal 15 en hoger;
d. het vaststellen van de niveaus van functies bij de rijksarchiefdienst van schaal 15 en hoger;
e. het voeren van overleg met de Bijzondere Commissie over aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van alle ambtenaren van het ministerie;
f. het voeren van overleg met de Bijzondere Commissie over specifieke maatregelen van algemeen belang voor de ambtenaren van de rijksarchiefdienst;
g. het toepassen van artikel 96, eerste en tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement inzake onvrijwillig ontslag, indien de mogelijkheid tot herplaatsing van de desbetreffende ambtenaar ook buiten de rijksarchiefdienst moet worden onderzocht.
h. het toepassen van de artikelen 97b en 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement inzake onvrijwillig ontslag.
i. het toepassen van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ten aanzien van het hoofd van de rijksarchiefdienst.
2. De benoemingen, bedoeld in het eerste lid, onder c, vinden plaats op voordracht van het hoofd van de rijksarchiefdienst.
3. De naar aanleiding van het in het eerste lid, onder e, bedoelde overleg te nemen maatregelen gelden ook voor het personeel van de rijksarchiefdienst, tenzij na overleg met de Bijzondere Commissie anders wordt bepaald.
4. Het overleg, bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de rijksarchiefdienst.