BWBR0007866
Geldig vanaf 1996-03-01
Artikel 4
Regeling rijksbijdrage exploitatie Westerscheldeveerdiensten 1995
1. De jaarlijkse bijdrage bestaat uit:
a. voor 1995: een bijdrage in de exploitatie van de Westerscheldeveerdiensten van f 35.797.000,‐ door de minister aan de provincie in 1995 uitgekeerd.
b. voor de jaren 1996 tot en met 2001 een bijdrage als bedoeld onder a van f 48.400.000,-, welk bedrag jaarlijks wordt verhoogd met de index, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
c. een vast bedrag van f 14.000.000,‐ uit te keren in 1995.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt met ingang van 1 januari 1996 jaarlijks aangepast door de bijdrage te corrigeren met de indexberekening, zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
3. De jaarlijkse bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, zijn gebaseerd op een reguliere werkweek van 38 uren. Indien in de reguliere werkweek van 38 uur voor de sector Provincie een verandering plaatsvindt, kan er overleg plaatsvinden tussen de minister en de provincie over een aanpassing van de jaarlijkse bijdrage, voorzover deze aanpassing niet reeds door middel van de indexering, bedoeld in het tweede lid, is gedekt.
4. a. In de jaarlijkse bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en in artikel 9, is rekening gehouden met een verkoopwaarde van de in 1997 in gebruik te nemen nieuwe veerboot van f 16.000.000,‐ op 31 december 2001 respectievelijk € 5.808.386,77 op 31 december 2003.
b. Bij het daadwerkelijk opheffen van de Westerscheldeveerdiensten op een andere datum dan de vorengenoemde data zal voor het bepalen van deze verkoopwaarde rechtlijnig worden geïnterpoleerd tussen de vorengenoemde bedragen.
c. Afwijkingen tussen de werkelijke verkoopprijs en vorengenoemde bedragen zullen tussen de minister en de provincie worden verdeeld volgens de verhouding 75% respectievelijk 25%.
5. De minister kan de jaarlijkse bijdrage verminderen indien de provincie niet heeft voldaan aan de in de regeling opgenomen verplichtingen.
6. De vermindering van de jaarlijkse bijdrage werkt terug tot en met het tijdstip waarop deze regeling is vastgesteld, tenzij bij de vermindering anders is bepaald.
7. De jaarlijkse bijdrage kan niet op grond van het vijfde lid worden verminderd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag waarop de regeling is bekendgemaakt dan wel sedert de dag waarop de handeling in strijd met die verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.
a. voor 1995: een bijdrage in de exploitatie van de Westerscheldeveerdiensten van f 35.797.000,‐ door de minister aan de provincie in 1995 uitgekeerd.
b. voor de jaren 1996 tot en met 2001 een bijdrage als bedoeld onder a van f 48.400.000,-, welk bedrag jaarlijks wordt verhoogd met de index, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
c. een vast bedrag van f 14.000.000,‐ uit te keren in 1995.
2. De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt met ingang van 1 januari 1996 jaarlijks aangepast door de bijdrage te corrigeren met de indexberekening, zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
3. De jaarlijkse bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, zijn gebaseerd op een reguliere werkweek van 38 uren. Indien in de reguliere werkweek van 38 uur voor de sector Provincie een verandering plaatsvindt, kan er overleg plaatsvinden tussen de minister en de provincie over een aanpassing van de jaarlijkse bijdrage, voorzover deze aanpassing niet reeds door middel van de indexering, bedoeld in het tweede lid, is gedekt.
4. a. In de jaarlijkse bijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en in artikel 9, is rekening gehouden met een verkoopwaarde van de in 1997 in gebruik te nemen nieuwe veerboot van f 16.000.000,‐ op 31 december 2001 respectievelijk € 5.808.386,77 op 31 december 2003.
b. Bij het daadwerkelijk opheffen van de Westerscheldeveerdiensten op een andere datum dan de vorengenoemde data zal voor het bepalen van deze verkoopwaarde rechtlijnig worden geïnterpoleerd tussen de vorengenoemde bedragen.
c. Afwijkingen tussen de werkelijke verkoopprijs en vorengenoemde bedragen zullen tussen de minister en de provincie worden verdeeld volgens de verhouding 75% respectievelijk 25%.
5. De minister kan de jaarlijkse bijdrage verminderen indien de provincie niet heeft voldaan aan de in de regeling opgenomen verplichtingen.
6. De vermindering van de jaarlijkse bijdrage werkt terug tot en met het tijdstip waarop deze regeling is vastgesteld, tenzij bij de vermindering anders is bepaald.
7. De jaarlijkse bijdrage kan niet op grond van het vijfde lid worden verminderd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag waarop de regeling is bekendgemaakt dan wel sedert de dag waarop de handeling in strijd met die verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.