BWBR0007816
Geldig vanaf 2025-01-17
Artikel 15a
Inkomstenbesluit militairen
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
– pensioengevend inkomen: de som van de inkomensbestanddelen die op grond van de pensioenregeling voor militairen die geldt tot 1 januari 2019 pensioengevend zijn voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en het daarvan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen;
– aftoppingsgrens: de aftoppingsgrens van het pensioengevend inkomen op basis van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
2. De militair heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. De gewezen militair die een uitkering ontvangt op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
4. De uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens.
5. De uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt berekend door vijftig procent van het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens.
6. Dit artikel is niet van toepassing op militairen, en gewezen militairen, wier salarissen de ontwikkeling volgen van de sector Rijk.
– pensioengevend inkomen: de som van de inkomensbestanddelen die op grond van de pensioenregeling voor militairen die geldt tot 1 januari 2019 pensioengevend zijn voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en het daarvan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen;
– aftoppingsgrens: de aftoppingsgrens van het pensioengevend inkomen op basis van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
2. De militair heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. De gewezen militair die een uitkering ontvangt op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
4. De uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens.
5. De uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt berekend door vijftig procent van het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens.
6. Dit artikel is niet van toepassing op militairen, en gewezen militairen, wier salarissen de ontwikkeling volgen van de sector Rijk.