BWBR0007781
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 24
Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden
1. De uitworp van NO xbij nominale belasting wordt bepaald na het bereiken van het temperatuurevenwicht waarbij het verwarmingstoestel zodanig is ingesteld dat:
a. de belasting bij: 1º. aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met instelbare belasting is ingesteld op de hoogste nominale belasting (100%);
2º. voorzetbranders, is ingesteld op het in het desbetreffende installatievoorschrift opgegeven werkingsgebied van deze voorzetbranders;
3º. de andere dan onder 1° en 2° genoemde verwarmingstoestellen is ingesteld op de nominale belasting.
1º. aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met instelbare belasting is ingesteld op de hoogste nominale belasting (100%);
2º. voorzetbranders, is ingesteld op het in het desbetreffende installatievoorschrift opgegeven werkingsgebied van deze voorzetbranders;
3º. de andere dan onder 1° en 2° genoemde verwarmingstoestellen is ingesteld op de nominale belasting.
b. het gemiddelde van de watertemperatuur aan de inlaat en de uitlaat van het verwarmingstoestel 343 K bedraagt, met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 3 K in plus en min, en het verschil tussen de afzonderlijk gemeten temperaturen 20 K bedraagt, met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 2 K in plus en min;
c. bij luchtverwarmers het transport van de verwarmingslucht is ingesteld volgens het desbetreffende installatievoorschrift (nominale luchthoeveelheid);
d. bij voorzetbranders de gas/luchtfactor zodanig is ingesteld dat de luchtfactor gelijk is aan 1,2 (CO2% = 9,6%).
2. De gemeten uitworpwaarden worden aangeduid als ’Uitworpwaarde bij nominale belasting = E nom'
a. de belasting bij: 1º. aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met instelbare belasting is ingesteld op de hoogste nominale belasting (100%);
2º. voorzetbranders, is ingesteld op het in het desbetreffende installatievoorschrift opgegeven werkingsgebied van deze voorzetbranders;
3º. de andere dan onder 1° en 2° genoemde verwarmingstoestellen is ingesteld op de nominale belasting.
1º. aan/uit geregelde verwarmingstoestellen met instelbare belasting is ingesteld op de hoogste nominale belasting (100%);
2º. voorzetbranders, is ingesteld op het in het desbetreffende installatievoorschrift opgegeven werkingsgebied van deze voorzetbranders;
3º. de andere dan onder 1° en 2° genoemde verwarmingstoestellen is ingesteld op de nominale belasting.
b. het gemiddelde van de watertemperatuur aan de inlaat en de uitlaat van het verwarmingstoestel 343 K bedraagt, met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 3 K in plus en min, en het verschil tussen de afzonderlijk gemeten temperaturen 20 K bedraagt, met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 2 K in plus en min;
c. bij luchtverwarmers het transport van de verwarmingslucht is ingesteld volgens het desbetreffende installatievoorschrift (nominale luchthoeveelheid);
d. bij voorzetbranders de gas/luchtfactor zodanig is ingesteld dat de luchtfactor gelijk is aan 1,2 (CO2% = 9,6%).
2. De gemeten uitworpwaarden worden aangeduid als ’Uitworpwaarde bij nominale belasting = E nom'