BWBR0007781
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 13
Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden
1. De keuring van cv-ketels en voorzetbranders wordt uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur, gelijk aan de verbrandingsluchttemperatuur, van 293 K met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 2 K in plus en min en een relatieve vochtigheid van de omgevingslucht en de verbrandingslucht van 70% met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 5% in plus en min.
2. Indien uitvoering van de keuring bij de in het eerste lid voorgeschreven omgevingstemperatuur of vochtigheid van de omgevingslucht en de verbrandingslucht technisch niet mogelijk is, kan de keuring van cv-ketels en voorzetbranders in afwijking van het eerste lid worden uitgevoerd bij een andere temperatuur of luchtvochtigheid, mits daarbij wordt aangetoond dat deze cv-ketels en voorzetbranders functioneren op een wijze overeenkomend met die bij de in het eerste lid voorgeschreven temperatuur en luchtvochtigheid.
2. Indien uitvoering van de keuring bij de in het eerste lid voorgeschreven omgevingstemperatuur of vochtigheid van de omgevingslucht en de verbrandingslucht technisch niet mogelijk is, kan de keuring van cv-ketels en voorzetbranders in afwijking van het eerste lid worden uitgevoerd bij een andere temperatuur of luchtvochtigheid, mits daarbij wordt aangetoond dat deze cv-ketels en voorzetbranders functioneren op een wijze overeenkomend met die bij de in het eerste lid voorgeschreven temperatuur en luchtvochtigheid.