BWBR0007781
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 14
Typekeuringsregeling verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden
1. De keuring van luchtverwarmers wordt uitgevoerd bij een temperatuur van de verwarmingstoevoer-, omgevings- en verbrandingslucht van 296 K met een toegestane onnauwkeurigheidsmarge van 5 K in plus en min en een vochtigheid van de omgevingslucht van ten minste 10g water per kg droge lucht.
2. Indien uitvoering van de keuring bij de in het eerste lid voorgeschreven temperatuur of vochtigheid technisch niet mogelijk is, kan de keuring van luchtverwarmers in afwijking van het eerste lid worden uitgevoerd bij een andere temperatuur of luchtvochtigheid, mits daarbij wordt aangetoond dat deze luchtverwarmers functioneren op een wijze overeenkomend met die bij de in het eerste lid voorgeschreven temperatuur en luchtvochtigheid.
2. Indien uitvoering van de keuring bij de in het eerste lid voorgeschreven temperatuur of vochtigheid technisch niet mogelijk is, kan de keuring van luchtverwarmers in afwijking van het eerste lid worden uitgevoerd bij een andere temperatuur of luchtvochtigheid, mits daarbij wordt aangetoond dat deze luchtverwarmers functioneren op een wijze overeenkomend met die bij de in het eerste lid voorgeschreven temperatuur en luchtvochtigheid.