BWBR0007727
Geldig vanaf 2004-01-21
Artikel 5
Regeling aanwijzing bewijsstukken bedrijfsleider Vestigingsbesluit bedrijven
1. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de bedrijfsleider gerichte eisen voor het levensmiddelenbedrijf moet blijken, worden aangewezen de hierna genoemde diploma’s, mits, met uitzondering van onderdeel a, mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister:
a. het diploma Bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat;
b. het diploma Vakbekwaamheid voor het banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf;
c. het ondernemersdiploma voor het banketbakkersbedrijf van de Vereniging tot Bevordering van Opleiding in het Banketbakkersbedrijf;
d. het diploma Vakbekwaamheid Broodbakkersbedrijf, afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf;
e. het diploma Vakbekwaamheid voor het brood-banketbakkersbedrijf, afgegeven door of namens de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf en de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf tezamen;
f. het einddiploma voor het brood- en banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen;
g. het Vakdiploma (Paarden)Slagersbedrijf, afgegeven door of namens de Vereniging tot Bevordering van Slagersvakonderwijs (S.V.O.);
h. het diploma Vakbekwaamheid en Handelskennis (ondernemersdiploma slagersbedrijf), afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van Slagersvakonderwijs (S.V.O.); en
i. het einddiploma van de Eerste Nederlandse Slagersvakschool te Utrecht.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de bedrijfsleider gerichte eisen voor het levensmiddelenbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de volgende diploma’s ingevolge de Wet op het leerlingwezen, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijsof de Wet educatie en beroepsonderwijs:
a. het diploma middelbaar technisch onderwijs, afgegeven door de afdeling bakkerij of de afdeling brood- en/of banketbakken van de Vakschool van de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, dan wel afgegeven door de Middelbare Vakschool ’Wageningen’;
b. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs, afgegeven door de Nederlandse Slagersvakschool te Utrecht, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
c. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs, afgegeven door de middelbare dagopleiding voor de vleessector te Utrecht, mits een uit op het diploma vermelde verklaring, die mede is ondertekend door een gecommitteerde van de minister, blijkt, dat is voldaan aan de eisen van vakbekwaamheid voor het slagersbedrijf;
d. het diploma van de voortgezette opleiding voor Chefslager, Chefslager-worstmaker, Chefslager-specialiteitenslager of Worstmaker-specialiteitenslager, afgegeven ingevolge de Wet op het leerlingwezen dan wel de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs door de SVO, opleiding voor de vleessector;
e. het diploma van vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Bisschoppelijke Nijverheidsschool ’St. Gerardus Majella’ dan wel de Katholieke Technische School te Voorhout, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
f. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de Middelbare Bakkerijschool (MTS voor Brood- en Banketbakken), mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
g. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs van de SVO middelbare dagopleiding voor de vleessector, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het slagersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
h. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
i. het certificaat middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
j. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Produktieleider Industrieel Bakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
k. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector economie, van de lange opleiding Ondernemer Slagersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het slagersbedrijf, omschreven in het vestigingsbesluit;
l. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector economie, van de lange opleiding Leidinggevende in de Vleesverwerkende industrie, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het slagersbedrijf, omschreven in het vestigingsbesluit;
m. het diploma van de opleiding Leidinggevende vleesbe- en -verwerkende industrie, kwalificatiecode 10509;
n. het diploma van de opleiding Manager Vleesdetailhandel, kwalificatiecode 10516;
o. het diploma van de opleiding Islamitisch slager, kwalificatiecode 10513;
p. het diploma van de opleiding Chef vleesdetailhandel, kwalificatiecode 10517, mits met goed gevolg examen is afgelegd in de deelkwalificaties Maatschappelijk Culturele Vorming 3A+B, Algemeen beheer/leidinggeven en Bedrijfsinrichting/productieprocesbeheersing en mits de examens voor de genoemde deelkwalificaties zijn onderworpen aan externe legitimering als bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en
q. het diploma van de opleiding Leidinggevende, kwalificatiecode 10778, mits met goed gevolg examen is afgelegd in de deelkwalificatie Algemene ondernemersvaardigheden en Bedrijfstechniek voor het levensmiddelencluster.
3. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de bedrijfsleider gerichte eisen voor het levensmiddelenbedrijfmoet blijken, worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister, waaruit blijkt dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid heeft afgelegd voor het broodbakkersbedrijf, banketbakkersbedrijf, paardenslagersbedrijf of slagersbedrijf;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet voor de bedrijven, genoemd onder a;
c. een verklaring van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; en
d. de verklaring Bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf, waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf, bedoeld in het vestigingsbesluit, mits deze verklaring mede is ondertekend door een gecommitteerde van STEVES dan wel door de directeur van STEVES en mits op de verklaring is vermeld dat STEVES onder toezicht van de minister is gesteld.
a. het diploma Bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de Stichting Toezicht Examens Vestigingswet (STEVES), en mits op het diploma is vermeld dat de STEVES onder toezicht van de minister staat;
b. het diploma Vakbekwaamheid voor het banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf;
c. het ondernemersdiploma voor het banketbakkersbedrijf van de Vereniging tot Bevordering van Opleiding in het Banketbakkersbedrijf;
d. het diploma Vakbekwaamheid Broodbakkersbedrijf, afgegeven door de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf;
e. het diploma Vakbekwaamheid voor het brood-banketbakkersbedrijf, afgegeven door of namens de Stichting voor Vakopleiding en Examens in het Bakkersbedrijf en de Vereniging tot Bevordering van (Vak)Opleiding in het Banketbakkersbedrijf tezamen;
f. het einddiploma voor het brood- en banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen;
g. het Vakdiploma (Paarden)Slagersbedrijf, afgegeven door of namens de Vereniging tot Bevordering van Slagersvakonderwijs (S.V.O.);
h. het diploma Vakbekwaamheid en Handelskennis (ondernemersdiploma slagersbedrijf), afgegeven door de Vereniging tot Bevordering van Slagersvakonderwijs (S.V.O.); en
i. het einddiploma van de Eerste Nederlandse Slagersvakschool te Utrecht.
2. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de bedrijfsleider gerichte eisen voor het levensmiddelenbedrijf moet blijken, worden mede aangewezen de volgende diploma’s ingevolge de Wet op het leerlingwezen, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijsof de Wet educatie en beroepsonderwijs:
a. het diploma middelbaar technisch onderwijs, afgegeven door de afdeling bakkerij of de afdeling brood- en/of banketbakken van de Vakschool van de Vereniging Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, dan wel afgegeven door de Middelbare Vakschool ’Wageningen’;
b. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs, afgegeven door de Nederlandse Slagersvakschool te Utrecht, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
c. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs, afgegeven door de middelbare dagopleiding voor de vleessector te Utrecht, mits een uit op het diploma vermelde verklaring, die mede is ondertekend door een gecommitteerde van de minister, blijkt, dat is voldaan aan de eisen van vakbekwaamheid voor het slagersbedrijf;
d. het diploma van de voortgezette opleiding voor Chefslager, Chefslager-worstmaker, Chefslager-specialiteitenslager of Worstmaker-specialiteitenslager, afgegeven ingevolge de Wet op het leerlingwezen dan wel de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs door de SVO, opleiding voor de vleessector;
e. het diploma van vakbekwaamheid voor het brood- of banketbakkersbedrijf, afgegeven door de Bisschoppelijke Nijverheidsschool ’St. Gerardus Majella’ dan wel de Katholieke Technische School te Voorhout, mits mede ondertekend door een gecommitteerde van de minister;
f. het diploma middelbaar technisch onderwijs van de Middelbare Bakkerijschool (MTS voor Brood- en Banketbakken), mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
g. het diploma middelbaar middenstandsonderwijs van de SVO middelbare dagopleiding voor de vleessector, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het slagersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
h. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het bakkersbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
i. het certificaat middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Ondernemer Midden- en Kleinbakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
j. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector techniek, van de lange opleiding Produktieleider Industrieel Bakkersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf als omschreven in het vestigingsbesluit;
k. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector economie, van de lange opleiding Ondernemer Slagersbedrijf, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het slagersbedrijf, omschreven in het vestigingsbesluit;
l. het diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector economie, van de lange opleiding Leidinggevende in de Vleesverwerkende industrie, mits voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen voor het slagersbedrijf, omschreven in het vestigingsbesluit;
m. het diploma van de opleiding Leidinggevende vleesbe- en -verwerkende industrie, kwalificatiecode 10509;
n. het diploma van de opleiding Manager Vleesdetailhandel, kwalificatiecode 10516;
o. het diploma van de opleiding Islamitisch slager, kwalificatiecode 10513;
p. het diploma van de opleiding Chef vleesdetailhandel, kwalificatiecode 10517, mits met goed gevolg examen is afgelegd in de deelkwalificaties Maatschappelijk Culturele Vorming 3A+B, Algemeen beheer/leidinggeven en Bedrijfsinrichting/productieprocesbeheersing en mits de examens voor de genoemde deelkwalificaties zijn onderworpen aan externe legitimering als bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en
q. het diploma van de opleiding Leidinggevende, kwalificatiecode 10778, mits met goed gevolg examen is afgelegd in de deelkwalificatie Algemene ondernemersvaardigheden en Bedrijfstechniek voor het levensmiddelencluster.
3. Als bewijsstukken waaruit het voldoen aan de in het vestigingsbesluitgestelde, tot de bedrijfsleider gerichte eisen voor het levensmiddelenbedrijfmoet blijken, worden mede aangewezen:
a. het bewijsstuk, afgegeven door een door de minister ingestelde dan wel aangewezen commissie van deskundigen, mits mede ondertekend door een vertegenwoordiger van de minister, waaruit blijkt dat de houder na het bereiken van de 40-jarige leeftijd met gunstig gevolg een proef inzake vakbekwaamheid heeft afgelegd voor het broodbakkersbedrijf, banketbakkersbedrijf, paardenslagersbedrijf of slagersbedrijf;
b. een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet voor de bedrijven, genoemd onder a;
c. een verklaring van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; en
d. de verklaring Bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf, waaruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van bedrijfstechniek voor het levensmiddelenbedrijf, bedoeld in het vestigingsbesluit, mits deze verklaring mede is ondertekend door een gecommitteerde van STEVES dan wel door de directeur van STEVES en mits op de verklaring is vermeld dat STEVES onder toezicht van de minister is gesteld.