BWBR0007512
Geldig vanaf 2002-08-01
Artikel 18a
Loodsplichtbesluit 1995
1. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend controleert voorafgaand aan het bevaren van de scheepvaartweg of het gedeelte daarvan waarop de ontheffing betrekking heeft de goede werking van de voortstuwings- en stuurmachines van het schip en de communicatie- en navigatieapparatuur, en doet van deze controle en het resultaat daarvan melding in het scheepsdagboek.
2. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend meldt zich voor het binnenkomen van de scheepvaartweg waarvoor de ontheffing is afgegeven als zodanig op de door de bevoegde autoriteit aangewezen wijze en verstrekt de door de bevoegde autoriteit verlangde gegevens.
3. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend heeft een afschrift van de ontheffing bij zich tijdens de vaart als verkeersdeelnemer over de scheepvaartweg waarvoor deze is afgegeven.
4. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend doet de bevoegde autoriteit mededeling van elke wijziging die van invloed kan zijn op de geldigheid van de ontheffing.
5. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend doet in geval van een scheepsramp, waarbij hij direct of indirect betrokken is, zo spoedig mogelijk een schriftelijke verklaring inzake het gebeurde en zijn navigatiebeleid daarbij toekomen aan de bevoegde autoriteit die voor de scheepvaartweg waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden is aangewezen en verschaft deze desgevraagd nadere informatie. Deze verklaring en de nadere informatie mogen slechts gebruikt worden voor leringsdoeleinden en mogen in geen geval dienen als bewijs tegen de kapitein in geval van vervolging.
2. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend meldt zich voor het binnenkomen van de scheepvaartweg waarvoor de ontheffing is afgegeven als zodanig op de door de bevoegde autoriteit aangewezen wijze en verstrekt de door de bevoegde autoriteit verlangde gegevens.
3. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend heeft een afschrift van de ontheffing bij zich tijdens de vaart als verkeersdeelnemer over de scheepvaartweg waarvoor deze is afgegeven.
4. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend doet de bevoegde autoriteit mededeling van elke wijziging die van invloed kan zijn op de geldigheid van de ontheffing.
5. De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8aof 8bis verleend doet in geval van een scheepsramp, waarbij hij direct of indirect betrokken is, zo spoedig mogelijk een schriftelijke verklaring inzake het gebeurde en zijn navigatiebeleid daarbij toekomen aan de bevoegde autoriteit die voor de scheepvaartweg waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden is aangewezen en verschaft deze desgevraagd nadere informatie. Deze verklaring en de nadere informatie mogen slechts gebruikt worden voor leringsdoeleinden en mogen in geen geval dienen als bewijs tegen de kapitein in geval van vervolging.