BWBR0007460
Geldig vanaf 1995-07-01
Artikel 8
Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
1. Een aanvraag tot verlening van een rentebijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wetwordt ingediend door inzending van het in bijlage VIvan deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake:
a. de opeisbaar geworden of vervroegd afgeloste leningen en de wijze waarop in de herfinanciering daarvan is voorzien,
b. de leningen aangegaan ter vervanging van de in onderdeel a bedoelde leningen,
c. het rentepercentage van de in onderdeel b bedoelde leningen, en
d. de verschuldigde kosten voor de borgstelling terzake van de onder b bedoelde leningen.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de verstrekte gegevens de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de in elk van de onderdelen a, b, c of d van het eerste lid bedoelde gegevens. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
3. De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.
a. de opeisbaar geworden of vervroegd afgeloste leningen en de wijze waarop in de herfinanciering daarvan is voorzien,
b. de leningen aangegaan ter vervanging van de in onderdeel a bedoelde leningen,
c. het rentepercentage van de in onderdeel b bedoelde leningen, en
d. de verschuldigde kosten voor de borgstelling terzake van de onder b bedoelde leningen.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de verstrekte gegevens de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de in elk van de onderdelen a, b, c of d van het eerste lid bedoelde gegevens. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
3. De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.