BWBR0007460
Geldig vanaf 1995-07-01
Artikel 6
Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
1. De gegevens bedoeld in artikel 3, tweede lid, of in artikel 3, tweede lid, juncto artikel 7 van de wet worden verstrekt door inzending van het in bijlage V van deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake:
a. het aantal woningen dat op 1 januari 1995 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, waarvoor een bijdrage is verleend, gerangschikt per beschikking tot het verlenen van de bijdrage,
b. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling,
c. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, dat is tot stand gekomen met geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de aantallen woningen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de aantallen woningen bedoeld in elk van die onderdelen. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
3. De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.
a. het aantal woningen dat op 1 januari 1995 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, waarvoor een bijdrage is verleend, gerangschikt per beschikking tot het verlenen van de bijdrage,
b. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling,
c. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, dat is tot stand gekomen met geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de aantallen woningen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de aantallen woningen bedoeld in elk van die onderdelen. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
3. De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.