BWBR0007460
Geldig vanaf 1995-07-01
Artikel 10
Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
1. De in artikel 6, eerste lid, van de wetbedoelde rentebijdrage wordt berekend
a. voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van twee jaar of meer: overeenkomstig het in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde,
b. voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van minder dan twee jaar: overeenkomstig het in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde, met toepassing van het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.
2. Indien leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wetzijn vervangen door meerdere ter vervanging van die leningen aangegane leningen of gedeeltelijk geen vervangende lening is aangegaan, stelt de Minister een gewogen rentepercentage vast. Het gewogen rentepercentage wordt vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde in evenredigheid tot de verschillende vervangende leningen en het gedeelte waar geen vervangende lening voor is aangegaan op of vóór het tijdstip gelegen zes maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 3, eerste lid, van de wetbedoelde beschikking en uitgaande van de voor die vervangende leningen geldende rentepercentages en voor het deel waar geen vervangende lening voor is aangegaan van het rentepercentage bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet.
a. voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van twee jaar of meer: overeenkomstig het in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde,
b. voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van minder dan twee jaar: overeenkomstig het in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde, met toepassing van het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.
2. Indien leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wetzijn vervangen door meerdere ter vervanging van die leningen aangegane leningen of gedeeltelijk geen vervangende lening is aangegaan, stelt de Minister een gewogen rentepercentage vast. Het gewogen rentepercentage wordt vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde in evenredigheid tot de verschillende vervangende leningen en het gedeelte waar geen vervangende lening voor is aangegaan op of vóór het tijdstip gelegen zes maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 3, eerste lid, van de wetbedoelde beschikking en uitgaande van de voor die vervangende leningen geldende rentepercentages en voor het deel waar geen vervangende lening voor is aangegaan van het rentepercentage bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet.