BWBR0007384
Geldig vanaf 1995-08-01
Artikel 45
IJkregeling taxameters
1. De blootstelling aan omgevingscondities geschiedt bij een aantal stabiele omgevingstemperaturen tussen -10 °AAC en +55 °C, waarbij iedere beproeving 2 uur duurt, gerekend vanaf het tijdstip dat de taxameter temperatuurstabiliteit heeft bereikt.
2. De omgevingstemperatuur wordt als stabiel beschouwd, indien het verschil tussen de tijdens de blootstelling optredende hoogste en laagste temperatuur niet meer bedraagt dan 5 °C.
3. Tijdens het opwarmen of het afkoelen mag de temperatuurverandering niet meer bedragen dan 1 °C/min.
4. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat geen condensvorming optreedt.
2. De omgevingstemperatuur wordt als stabiel beschouwd, indien het verschil tussen de tijdens de blootstelling optredende hoogste en laagste temperatuur niet meer bedraagt dan 5 °C.
3. Tijdens het opwarmen of het afkoelen mag de temperatuurverandering niet meer bedragen dan 1 °C/min.
4. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat geen condensvorming optreedt.