BWBR0007384
Geldig vanaf 1995-08-01
Artikel 39
IJkregeling taxameters
1. De taxameter moet voorzien zijn van een inrichting waarmee elke wijziging dan wel invoering van tarieven in de taxameter wordt geregistreerd door middel van een niet terugstelbare tellerstand of een niet wisbare registratie van de datum waarop dat geschiedde. De registratie dient voor elke tariefstand afzonderlijk plaats te vinden.
2. Voorts moet de taxameter voorzien zijn van een inrichting waarmee elke wijziging van de apparaatconstante wordt geregistreerd door middel van een niet terugstelbare tellerstand.
3. Het gebruik van de taxameter dient niet mogelijk te zijn indien de registratiecapaciteit van de in het eerste en tweede lid genoemde inrichtingen wordt overschreden.
4. De in het eerste en tweede lid genoemde registraties moeten in de functiestand ’vrij’ opgeroepen kunnen worden en in het aanwijsvenster kunnen worden getoond.
2. Voorts moet de taxameter voorzien zijn van een inrichting waarmee elke wijziging van de apparaatconstante wordt geregistreerd door middel van een niet terugstelbare tellerstand.
3. Het gebruik van de taxameter dient niet mogelijk te zijn indien de registratiecapaciteit van de in het eerste en tweede lid genoemde inrichtingen wordt overschreden.
4. De in het eerste en tweede lid genoemde registraties moeten in de functiestand ’vrij’ opgeroepen kunnen worden en in het aanwijsvenster kunnen worden getoond.