BWBR0007384
Geldig vanaf 1995-08-01
Artikel 40
IJkregeling taxameters
1. Ten minste eenmaal per rit moet automatisch een controle worden uitgevoerd op:
a. het functioneren van de werkgeheugens;
b. de inhoud van het programmageheugen;
c. de verlichting van de aanwijsinrichting, indien door het defect raken van één component van de verlichting, de verlichting van de aanwijzing onvoldoende kan zijn;
d. de data-overdracht naar een eventueel aanwezige afdrukinrichting.
2. Indien bij een controle als bedoeld in het eerste lid een defect wordt geconstateerd, moet de taxameter het normale functioneren onderbreken en een duidelijk zichtbare foutmelding op de aanwijsinrichting voor het ritbedrag geven.
a. het functioneren van de werkgeheugens;
b. de inhoud van het programmageheugen;
c. de verlichting van de aanwijsinrichting, indien door het defect raken van één component van de verlichting, de verlichting van de aanwijzing onvoldoende kan zijn;
d. de data-overdracht naar een eventueel aanwezige afdrukinrichting.
2. Indien bij een controle als bedoeld in het eerste lid een defect wordt geconstateerd, moet de taxameter het normale functioneren onderbreken en een duidelijk zichtbare foutmelding op de aanwijsinrichting voor het ritbedrag geven.