BWBR0007370
Geldig vanaf 1995-04-29
Artikel 14
Subsidieregeling ESF doelstelling 4 ’Scholing voor behoud van werk’
1. Degene aan wie de subsidie is toegekend dient binnen zes maanden na beëindiging van het project een verzoek in om definitieve vaststelling van het subsidiebedrag waarop aanspraak bestaat. Bij dit verzoek wordt een declaratie gevoegd van de gemaakte kosten, als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
2. De einddeclaratie dient te zijn voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het als bijlage III bij dit besluit gevoegde model. Indien het project door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangemerkt als een cluster, kan in plaats van deze verklaring worden volstaan met een rapport van bevindingen overeenkomstig het als bijlage IIIa bij dit besluit gevoegde model, mits daarbij accountantsverklaringen overeenkomstig bijlage IIIzijn gevoegd met betrekking tot elk der aan het project deelnemende organisaties.
3. De hoogte van het definitieve vastgestelde subsidiebedrag wordt schriftelijk medegedeeld aan degene aan wie de subsidie is toegekend.
2. De einddeclaratie dient te zijn voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het als bijlage III bij dit besluit gevoegde model. Indien het project door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangemerkt als een cluster, kan in plaats van deze verklaring worden volstaan met een rapport van bevindingen overeenkomstig het als bijlage IIIa bij dit besluit gevoegde model, mits daarbij accountantsverklaringen overeenkomstig bijlage IIIzijn gevoegd met betrekking tot elk der aan het project deelnemende organisaties.
3. De hoogte van het definitieve vastgestelde subsidiebedrag wordt schriftelijk medegedeeld aan degene aan wie de subsidie is toegekend.