BWBR0007342
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 24
Loodsgeldbesluit 1995
1. Indien een kapitein van een zeeschip voor een zeegat een loods van het loodsvaartuig overneemt of in dat zeegat een loods aan boord houdt om dienst te verrichten op een zeereis langs de Nederlandse kust, is voor deze zeereis per 40 zeemijlen de helft van het loodsgeld volgens het Z-tarief verschuldigd, waarbij gedeelten van deze afstand als 40 zeemijlen worden gerekend.
2. Indien de kapitein van een in een binnen- of buitenlandse haven liggend zeeschip, aldaar een loods aan boord wenst te nemen voor een andere - Nederlandse - haven, in plaats van zulks te doen ter hoogte van het betrokken zeegat, is, indien de kapitein door deze loods tijdens de zeereis dienst laat verrichten, hiervoor loodsgeld verschuldigd, overeenkomstig het eerste lid.
2. Indien de kapitein van een in een binnen- of buitenlandse haven liggend zeeschip, aldaar een loods aan boord wenst te nemen voor een andere - Nederlandse - haven, in plaats van zulks te doen ter hoogte van het betrokken zeegat, is, indien de kapitein door deze loods tijdens de zeereis dienst laat verrichten, hiervoor loodsgeld verschuldigd, overeenkomstig het eerste lid.