BWBR0007342
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 16
Loodsgeldbesluit 1995
1. Indien een loodsvaartuig door slecht weer of andere omstandigheden voor het beloodsen van een of meer zeeschepen geen loodsen heeft kunnen afzetten, doch deze schepen door vóórvaren loodst, is voor elk van deze schepen het loodsgeld volgens het Z-tarief verschuldigd.
2. Indien een of meer zeeschepen, welke geen loods aan boord hebben, door een ander zeeschip, waarop een loods dienst verricht, worden vóórgeloodst, is voor elk der eerstbedoelde schepen de helft van het loodsgeld volgens de tarieven verschuldigd.
3. Indien de diensten van de loods bestaan uit loodsen op afstand vanaf de wal onder omstandigheden als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen, is 75% van het loodsgeld volgens het Z-tarief verschuldigd.
2. Indien een of meer zeeschepen, welke geen loods aan boord hebben, door een ander zeeschip, waarop een loods dienst verricht, worden vóórgeloodst, is voor elk der eerstbedoelde schepen de helft van het loodsgeld volgens de tarieven verschuldigd.
3. Indien de diensten van de loods bestaan uit loodsen op afstand vanaf de wal onder omstandigheden als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen, is 75% van het loodsgeld volgens het Z-tarief verschuldigd.