BWBR0007234
Geldig vanaf 1995-02-22
Artikel 2
Besluit overgangsregeling inzake voortduren opsporingsbevoegdheid buitengewone opsporingsambtenaren
De personen, bedoeld in artikel 44, vijfde lid, onder b, van het besluit, voor wie vóór 1 april 1995 een verzoek tot aanwijzing als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, dan wel tot beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar is ingediend bij de procureur-generaal of de minister van Justitie, behouden hun opsporingsbevoegdheid tot het moment waarop onherroepelijk op het verzoek is beslist. In elk geval vervalt de opsporingsbevoegdheid een jaar na indiening van het verzoek.