BWBR0007211
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 84
Wet financiële voorzieningen privatisering ABP
1. De gewezen militair, die als zodanig een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid ingevolge de bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0011955" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kaderwet militaire pensioenen</a>vastgestelde bepalingen ontvangt op basis van een pensioengrondslag die is vastgesteld over een periode die geheel is gelegen voor het jaar 1995, heeft recht op een toeslag ter grootte van een percentage van dat pensioen, welk percentage in kolom 2 van de bij deze wet behorende tabel II is opgenomen achter de daarbij in kolom 1 genoemde pensioengrenzen.
2. Wanneer het invaliditeitspensioen met toepassing van de bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0011955" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kaderwet militaire pensioenen</a>vastgestelde bepalingen ter zake van samenloop met andere inkomsten een vermindering heeft ondergaan, wordt de toeslag berekend over het aldus verminderde pensioen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene wiens pensioen wegens ziekten of gebreken ingevolge artikel F 6, zevende lid, van de Amp-wet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 56, onderdeel I, van deze wet 80 procent bedraagt van het bedrag dat overeenkomt met het tot een jaarbedrag herleide maximum-salaris volgens schaal 1 van het <a href="/wet/BWBR0003630" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>vermeerderd met de daarbij behorende vakantie-uitkering.
2. Wanneer het invaliditeitspensioen met toepassing van de bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0011955" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kaderwet militaire pensioenen</a>vastgestelde bepalingen ter zake van samenloop met andere inkomsten een vermindering heeft ondergaan, wordt de toeslag berekend over het aldus verminderde pensioen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene wiens pensioen wegens ziekten of gebreken ingevolge artikel F 6, zevende lid, van de Amp-wet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 56, onderdeel I, van deze wet 80 procent bedraagt van het bedrag dat overeenkomt met het tot een jaarbedrag herleide maximum-salaris volgens schaal 1 van het <a href="/wet/BWBR0003630" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>vermeerderd met de daarbij behorende vakantie-uitkering.