BWBR0007211
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 74
Wet financiële voorzieningen privatisering ABP
1. De organen, bedoeld in artikel A 1, onderdeel d, van de Abp-wet, zijn pensioenbijdrage verschuldigd over de vakantie-uitkering die betrekking heeft op enig tijdvak in het jaar 1994 en die de ambtenaar, in verband met de regeling inzake het tijdstip van uitbetaling van die uitkering, eerst na dat jaar heeft of geacht wordt te hebben ontvangen.
2. De pensioenbijdrage over de in het eerste lid bedoelde vakantieuitkering bedraagt 9,65 procent en wordt door de organen voldaan in de maand volgende op die waarin de ambtenaar deze uitkering ontvangt of geacht wordt te hebben ontvangen.
3. Ten aanzien van de pensioenbijdrage, bedoeld in het tweede lid, is het <a href="/wet/BWBR0006869" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Verhaalsbesluit Algemene burgerlijke pensioenwet</a>, zoals dat luidde op 31 december 1994, van toepassing.
2. De pensioenbijdrage over de in het eerste lid bedoelde vakantieuitkering bedraagt 9,65 procent en wordt door de organen voldaan in de maand volgende op die waarin de ambtenaar deze uitkering ontvangt of geacht wordt te hebben ontvangen.
3. Ten aanzien van de pensioenbijdrage, bedoeld in het tweede lid, is het <a href="/wet/BWBR0006869" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Verhaalsbesluit Algemene burgerlijke pensioenwet</a>, zoals dat luidde op 31 december 1994, van toepassing.