BWBR0007211
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 79
Wet financiële voorzieningen privatisering ABP
1. De bepalingen inzake de invaliditeitspensioenen ingevolge de Abp-weten de pensioenen ingevolge de Amp-wet uit hoofde van ziekten en gebreken, zoals deze van toepassing waren op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet, blijven van toepassing ten aanzien van:
a. degene die op die dag reeds een dergelijk pensioen ontvangt;
b. degene die: 1°. op 25 januari 1993 wegens ziekte verhinderd is zijn dienst te verrichten dan wel na die datum binnen dertig dagen na afloop van een dergelijke verhindering opnieuw als zodanig verhinderd is, en
2°. in verband daarmee nadien wegens blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking recht heeft op een dergelijk pensioen, en
3°. geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is in de zin van artikel F 8a, tweede lid, van de Abp-wet, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van artikel E 6 van de Amp-wet.
1°. op 25 januari 1993 wegens ziekte verhinderd is zijn dienst te verrichten dan wel na die datum binnen dertig dagen na afloop van een dergelijke verhindering opnieuw als zodanig verhinderd is, en
2°. in verband daarmee nadien wegens blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking recht heeft op een dergelijk pensioen, en
3°. geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is in de zin van artikel F 8a, tweede lid, van de Abp-wet, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van artikel E 6 van de Amp-wet.
c. degene aan wie na de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet een dergelijk pensioen wordt toegekend naar aanleiding van een reeds voor die inwerkingtreding ontstaan recht daarop;
d. degene die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als bedoeld in artikel K 4, tweede lid, van de Abp-wet dan wel een herplaatsingstoelage als bedoeld in artikel K 4, vierde lid, van die wet.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde belanghebbenden is artikel F 8f van de Abp-wetonderscheidenlijk artikel E 6, zesde lid, van de Amp-wet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij onder het invaliditeitspensioen dan wel arbeidsongeschiktheidspensioen tevens wordt begrepen de toeslag, bedoeld in:
a. artikel F 9a van de Abp-wet;
b. artikel F 7a van de Amp-wet;
c. artikel 10 van de in artikel 60 genoemde wet,
zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet.
a. degene die op die dag reeds een dergelijk pensioen ontvangt;
b. degene die: 1°. op 25 januari 1993 wegens ziekte verhinderd is zijn dienst te verrichten dan wel na die datum binnen dertig dagen na afloop van een dergelijke verhindering opnieuw als zodanig verhinderd is, en
2°. in verband daarmee nadien wegens blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking recht heeft op een dergelijk pensioen, en
3°. geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is in de zin van artikel F 8a, tweede lid, van de Abp-wet, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van artikel E 6 van de Amp-wet.
1°. op 25 januari 1993 wegens ziekte verhinderd is zijn dienst te verrichten dan wel na die datum binnen dertig dagen na afloop van een dergelijke verhindering opnieuw als zodanig verhinderd is, en
2°. in verband daarmee nadien wegens blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking recht heeft op een dergelijk pensioen, en
3°. geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is in de zin van artikel F 8a, tweede lid, van de Abp-wet, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van artikel E 6 van de Amp-wet.
c. degene aan wie na de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet een dergelijk pensioen wordt toegekend naar aanleiding van een reeds voor die inwerkingtreding ontstaan recht daarop;
d. degene die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als bedoeld in artikel K 4, tweede lid, van de Abp-wet dan wel een herplaatsingstoelage als bedoeld in artikel K 4, vierde lid, van die wet.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde belanghebbenden is artikel F 8f van de Abp-wetonderscheidenlijk artikel E 6, zesde lid, van de Amp-wet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij onder het invaliditeitspensioen dan wel arbeidsongeschiktheidspensioen tevens wordt begrepen de toeslag, bedoeld in:
a. artikel F 9a van de Abp-wet;
b. artikel F 7a van de Amp-wet;
c. artikel 10 van de in artikel 60 genoemde wet,
zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet.