BWBR0007138
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 3
Brandweerregeling Burgerluchtvaartterreinen
1. De exploitant draagt zorg voor de vaststelling van een alarmregeling met inachtneming van de overige wettelijke bepalingen terzake van het bestrijden van ongevallen en rampen.
2. De alarmregeling van een luchtvaartterrein bevat in ieder geval:
a. begripsomschrijvingen;
b. een overzicht van de luchtvaartongevallen en overige voorvallen waarop de alarmregeling van toepassing is;
c. een overzicht van diensten, instanties, organisaties en individuele personen, die bij de bestrijding van de in punt b genoemde gevallen kunnen of moeten worden betrokken;
d. een overzicht waarin de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties is weergegeven, gerelateerd aan de onder punt b genoemde gevallen;
e. een overzicht van de taken en verantwoordelijkheden van de functionarissen, diensten en organisaties per geval als bedoeld onder punt b;
f. een intern en extern verbindings- en alarmschema;
g. een overzichtskaart van het luchtvaartterrein en de onmiddellijke omgeving voorzien van een coördinatenstelsel;
h. regels over de verslaglegging;
i. een verzendlijst, in ieder geval bevattende de onder c genoemden en de Minister van Verkeer en Waterstaat.
3. De exploitant overlegt over het ontwerp met de in het tweede lid onder c van dit artikel bedoelde diensten, instanties, organisaties en personen.
4. Vóór de vaststelling van de alarmregeling wordt tevens overleg gepleegd met de burgemeester van de gemeente waarbinnen het luchtvaartterrein is gelegen.
5. De alarmregeling wordt binnen 1 maand na vaststelling of wijziging aan de Minister van Verkeer en Waterstaat aangeboden.
6. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan de exploitant opdragen de vastgestelde alarmregeling binnen een door hem te bepalen termijn te wijzigen indien hij van oordeel is deze niet voldoet aan de eisen van het onderhavige artikel.
2. De alarmregeling van een luchtvaartterrein bevat in ieder geval:
a. begripsomschrijvingen;
b. een overzicht van de luchtvaartongevallen en overige voorvallen waarop de alarmregeling van toepassing is;
c. een overzicht van diensten, instanties, organisaties en individuele personen, die bij de bestrijding van de in punt b genoemde gevallen kunnen of moeten worden betrokken;
d. een overzicht waarin de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties is weergegeven, gerelateerd aan de onder punt b genoemde gevallen;
e. een overzicht van de taken en verantwoordelijkheden van de functionarissen, diensten en organisaties per geval als bedoeld onder punt b;
f. een intern en extern verbindings- en alarmschema;
g. een overzichtskaart van het luchtvaartterrein en de onmiddellijke omgeving voorzien van een coördinatenstelsel;
h. regels over de verslaglegging;
i. een verzendlijst, in ieder geval bevattende de onder c genoemden en de Minister van Verkeer en Waterstaat.
3. De exploitant overlegt over het ontwerp met de in het tweede lid onder c van dit artikel bedoelde diensten, instanties, organisaties en personen.
4. Vóór de vaststelling van de alarmregeling wordt tevens overleg gepleegd met de burgemeester van de gemeente waarbinnen het luchtvaartterrein is gelegen.
5. De alarmregeling wordt binnen 1 maand na vaststelling of wijziging aan de Minister van Verkeer en Waterstaat aangeboden.
6. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan de exploitant opdragen de vastgestelde alarmregeling binnen een door hem te bepalen termijn te wijzigen indien hij van oordeel is deze niet voldoet aan de eisen van het onderhavige artikel.