BWBR0007119
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 2
Wet waardering onroerende zaken
In deze wet wordt verstaan onder:
– afnemer: bestuursorgaan dat op grond van een wettelijk voorschrift bevoegd is tot gebruik van een waardegegeven;
– authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij wettelijk voorschrift als authentiek is aangemerkt;
– basisregistratie: verzameling gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze authentieke gegevens bevat;
– belastingen: belastingen geheven door het Rijk, de gemeenten en de waterschappen;
– college: college van burgemeester en wethouders;
– Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers als genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
– landelijke voorziening WOZ: landelijke voorziening als bedoeld in artikel 37aa;
– Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
– terugmelding: melding als bedoeld in artikel 37f, eerste lid;
– waardegegeven: op de voet van hoofdstuk IV van deze wet vastgestelde waarde van een onroerende zaak;
– de wet: de Wet waardering onroerende zaken.
– afnemer: bestuursorgaan dat op grond van een wettelijk voorschrift bevoegd is tot gebruik van een waardegegeven;
– authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij wettelijk voorschrift als authentiek is aangemerkt;
– basisregistratie: verzameling gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze authentieke gegevens bevat;
– belastingen: belastingen geheven door het Rijk, de gemeenten en de waterschappen;
– college: college van burgemeester en wethouders;
– Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers als genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
– landelijke voorziening WOZ: landelijke voorziening als bedoeld in artikel 37aa;
– Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
– terugmelding: melding als bedoeld in artikel 37f, eerste lid;
– waardegegeven: op de voet van hoofdstuk IV van deze wet vastgestelde waarde van een onroerende zaak;
– de wet: de Wet waardering onroerende zaken.