BWBR0006824
Geldig vanaf 1994-07-08
Artikel 6
Afkoopregeling
1. In die gevallen dat een toezegging omtrent pensioen wordt gedaan aan een persoon, die voldoet aan artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de wet, en het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is, is artikel 32, vijfde lid, van de wet, van overeenkomstige toepassing.
2. Bij afkoop van het ouderdomspensioen ingevolge artikel 32, vijfde lid van de wet en bij afkoop ingevolge het eerste lid van dit artikel, heeft zowel de instelling jegens wie de aanspraak op pensioen bestaat zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van de instelling jegens wie de aanspraak op pensioen bestaat, het recht tot afkoop van de bij het ouderdomspensioen behorende aanspraak op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen onder terhandstelling van de afkoopsom aan de rechthebbende.
2. Bij afkoop van het ouderdomspensioen ingevolge artikel 32, vijfde lid van de wet en bij afkoop ingevolge het eerste lid van dit artikel, heeft zowel de instelling jegens wie de aanspraak op pensioen bestaat zonder toestemming van de rechthebbende, als de rechthebbende zonder toestemming van de instelling jegens wie de aanspraak op pensioen bestaat, het recht tot afkoop van de bij het ouderdomspensioen behorende aanspraak op weduwen-, weduwnaars-, partner- of wezenpensioen onder terhandstelling van de afkoopsom aan de rechthebbende.