BWBR0006824
Geldig vanaf 1994-07-08
Artikel 4
Afkoopregeling
1. Voor zover op een toezegging omtrent pensioen aan een persoon, die voldoet of heeft voldaan aan artikel 2, derde lid, onderdeel c. van de wet, het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is of zou behoeven te zijn, indien die persoon een verklaring zou hebben afgelegd als bedoeld in het derde lid, onderdeel c. 2e, van dat artikel kan pensioen of een aanspraak op pensioen, voortvloeiend uit die toezegging, met instemming van de rechthebbende, worden afgekocht indien aan de volgende voorwaarden is voldaan;
a. de afkoop strekt ertoe het de rechthebbende mogelijk te maken om onder aanwending van de afkoopsom bij de in de Regeling van voorwaarden voor pensioentoezeggingen aan direct en indirect grootaandeelhouders, artikel 2, eerste lid , onder a, b en c omschreven rechtspersonen, pensioen of aanspraken op pensioen te verwerven;
b. de afkoopsom wordt rechtstreeks overgedragen;
c. aan de voorwaarden gesteld in het in onderdeel a, genoemde regeling, wordt eveneens na overdracht van de afkoopsom voldaan.
2. Voor zover ingevolge een verleende ontheffing op grond van artikel 29 van de wet artikel 2, eerste lid, daarvan niet van toepassing is op een toezegging omtrent pensioen aan een persoon, wiens positie slechts verschilt van die van de persoon bedoeld in artikel 2, derde lid, letter c, van de wet in dier voege dat hij indirect door tussenkomst van een administratiekantoor, dat certificaten van aandelen uitgeeft en waarvan hij bestuurder is houder is van aandelen, kunnen pensioen of aanspraken op pensioen voortvloeiend uit die toezegging, met instemming van de rechthebbende, worden afgekocht indien aan voorwaarden genoemd in het vorige lid onder a, b en c is voldaan.
a. de afkoop strekt ertoe het de rechthebbende mogelijk te maken om onder aanwending van de afkoopsom bij de in de Regeling van voorwaarden voor pensioentoezeggingen aan direct en indirect grootaandeelhouders, artikel 2, eerste lid , onder a, b en c omschreven rechtspersonen, pensioen of aanspraken op pensioen te verwerven;
b. de afkoopsom wordt rechtstreeks overgedragen;
c. aan de voorwaarden gesteld in het in onderdeel a, genoemde regeling, wordt eveneens na overdracht van de afkoopsom voldaan.
2. Voor zover ingevolge een verleende ontheffing op grond van artikel 29 van de wet artikel 2, eerste lid, daarvan niet van toepassing is op een toezegging omtrent pensioen aan een persoon, wiens positie slechts verschilt van die van de persoon bedoeld in artikel 2, derde lid, letter c, van de wet in dier voege dat hij indirect door tussenkomst van een administratiekantoor, dat certificaten van aandelen uitgeeft en waarvan hij bestuurder is houder is van aandelen, kunnen pensioen of aanspraken op pensioen voortvloeiend uit die toezegging, met instemming van de rechthebbende, worden afgekocht indien aan voorwaarden genoemd in het vorige lid onder a, b en c is voldaan.