Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. de wet: de Vleeskeuringswet;
c. hoofdinspecteur: de veterinair hoofdinspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit;
d. keuringsdierenarts: persoon, bedoeld in de eerste zinsnede van artikel 25 van de wet, belast met keuring van slachtdieren en van vlees;
e. de richtlijn: richtlijn nr. 92/45/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG L 268);
f. karkas: het uitgebloede gehele slachtdier dat is ontdaan van de ingewanden, waarvan de poten zijn afgesneden ter hoogte van het voorkniegewricht respectievelijk het spronggewricht, en waarvan de kop, de staart en de uier zijn verwijderd;
g. ingewanden: het slachtafval in de borst-, buik- en de bekkenholte, met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm;
h. vervoermiddelen: voor belading bestemde gedeelten van motorvoertuigen, van spoorvoertuigen en van luchtvaartuigen, alsmede scheepsruimten of containers voor het vervoer over land, over zee of door de lucht;
i. onmiddellijke verpakking: het beschermen van vers vlees door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken verse vlees, alsmede het eerste omhulsel of het eerste bergingsmiddel zelf;
j. eindverpakking: het plaatsen van vers vlees in onmiddellijke verpakking in een tweede bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf;
k. vrij wild: bejaagde niet-gedomesticeerde landzoogdieren van de familie der hoefdieren (met inbegrip van niet-gedomesticeerde zoogdieren die in een gesloten gebied leven met een zelfde vrijheid als vrij wild) die niet in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;
l. vlees van vrij wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van vrij wild;
m. vrij-wildverwerkingsinrichting: inrichting waar het vrij wild wordt behandeld en vlees van vrij wild wordt verkregen en gekeurd overeenkomstig de hygiënevoorschriften van dit besluit;
n. verzamelplaats: plaats waar gedood vrij wild overeenkomstig de hygiënevoorschriften van bijlage I, hoofdstuk III, punt 2, wordt ingeleverd met het oog op het vervoer naar een vrij-wildverwerkingsinrichting;
o. in de handel brengen: het in bezit hebben of uitstallen met het oog op verkoop, het te koop aanbieden, het verkopen, het leveren of op enigerlei andere wijze in Nederland op de markt brengen van vlees van vrij wild voor menselijke consumptie;
p. richtlijn nr. 64/433/EEG: de richtlijn nr. 64/433/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 121);
q. richtlijn nr. 90/667/EEG: de richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/425/EEG (PbEG L 363);
r. richtlijn nr. 77/96/EEG: de richtlijn nr. 77/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens en huisdieren uit derde landen (PbEG L 26);
2. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. het afstaan door de jager aan de consument of aan de kleinhandelaar van kleine aantallen gehele stukken niet-onthuid vrij wild;
b. het afstaan van kleine hoeveelheden vlees van vrij wild aan de eindverbruiker;
c. het uitsnijden en opslaan van vlees van vrij wild in detailhandelzaken of in lokalen die aan verkooppunten grenzen, waar het uitsnijden en opslaan uitsluitend met het oog op rechtstreekse verkoop ter plaatse aan de consument geschieden.
3. Met ingang van een door Onze Minister te bepalen datum wordt onder "vrij wild" tevens verstaan: kangoeroes.
a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. de wet: de Vleeskeuringswet;
c. hoofdinspecteur: de veterinair hoofdinspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit;
d. keuringsdierenarts: persoon, bedoeld in de eerste zinsnede van artikel 25 van de wet, belast met keuring van slachtdieren en van vlees;
e. de richtlijn: richtlijn nr. 92/45/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG L 268);
f. karkas: het uitgebloede gehele slachtdier dat is ontdaan van de ingewanden, waarvan de poten zijn afgesneden ter hoogte van het voorkniegewricht respectievelijk het spronggewricht, en waarvan de kop, de staart en de uier zijn verwijderd;
g. ingewanden: het slachtafval in de borst-, buik- en de bekkenholte, met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm;
h. vervoermiddelen: voor belading bestemde gedeelten van motorvoertuigen, van spoorvoertuigen en van luchtvaartuigen, alsmede scheepsruimten of containers voor het vervoer over land, over zee of door de lucht;
i. onmiddellijke verpakking: het beschermen van vers vlees door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken verse vlees, alsmede het eerste omhulsel of het eerste bergingsmiddel zelf;
j. eindverpakking: het plaatsen van vers vlees in onmiddellijke verpakking in een tweede bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf;
k. vrij wild: bejaagde niet-gedomesticeerde landzoogdieren van de familie der hoefdieren (met inbegrip van niet-gedomesticeerde zoogdieren die in een gesloten gebied leven met een zelfde vrijheid als vrij wild) die niet in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;
l. vlees van vrij wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van vrij wild;
m. vrij-wildverwerkingsinrichting: inrichting waar het vrij wild wordt behandeld en vlees van vrij wild wordt verkregen en gekeurd overeenkomstig de hygiënevoorschriften van dit besluit;
n. verzamelplaats: plaats waar gedood vrij wild overeenkomstig de hygiënevoorschriften van bijlage I, hoofdstuk III, punt 2, wordt ingeleverd met het oog op het vervoer naar een vrij-wildverwerkingsinrichting;
o. in de handel brengen: het in bezit hebben of uitstallen met het oog op verkoop, het te koop aanbieden, het verkopen, het leveren of op enigerlei andere wijze in Nederland op de markt brengen van vlees van vrij wild voor menselijke consumptie;
p. richtlijn nr. 64/433/EEG: de richtlijn nr. 64/433/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG L 121);
q. richtlijn nr. 90/667/EEG: de richtlijn nr. 90/667/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van richtlijn nr. 90/425/EEG (PbEG L 363);
r. richtlijn nr. 77/96/EEG: de richtlijn nr. 77/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens en huisdieren uit derde landen (PbEG L 26);
2. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. het afstaan door de jager aan de consument of aan de kleinhandelaar van kleine aantallen gehele stukken niet-onthuid vrij wild;
b. het afstaan van kleine hoeveelheden vlees van vrij wild aan de eindverbruiker;
c. het uitsnijden en opslaan van vlees van vrij wild in detailhandelzaken of in lokalen die aan verkooppunten grenzen, waar het uitsnijden en opslaan uitsluitend met het oog op rechtstreekse verkoop ter plaatse aan de consument geschieden.
3. Met ingang van een door Onze Minister te bepalen datum wordt onder "vrij wild" tevens verstaan: kangoeroes.