BWBR0006810
Geldig vanaf 1994-07-14
Artikel 3
Regeling oogstschade 1993 Noord-Nederland
1. Voor een bijdrage ingevolge deze paragraaf komen in aanmerking natuurlijke- of rechtspersonen:
a. die in 1993 in het schadegebied een landbouwbedrijf voor eigen rekening en risico exploiteerden, waarop blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 tenminste 5 ha aardappelen of 2,5 ha groenten en bloemen zijn geteeld, en
waarop blijkens de gegevens van de landbouwtellingen, gehouden in de referentieperiode, in elk jaar van die periode een of meer schadegewassen zijn geteeld;
waarop blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 tenminste 5 ha aardappelen of 2,5 ha groenten en bloemen zijn geteeld, en
waarop blijkens de gegevens van de landbouwtellingen, gehouden in de referentieperiode, in elk jaar van die periode een of meer schadegewassen zijn geteeld;
b. die schade hebben geleden doordat van een of meer van de volgende categorieën schadegewassen: consumptie-aardappelen;
pootaardappelen;
fabrieksaardappelen;
groenten en bloemen; de oppervlakte welke in 1993 in het schadegebied niet kon worden geoogst meer dan 30% uitmaakt van het totale areaal, dat blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 op het betrokken bedrijf met die categorie schadegewassen beteeld is;
consumptie-aardappelen;
pootaardappelen;
fabrieksaardappelen;
groenten en bloemen; de oppervlakte welke in 1993 in het schadegebied niet kon worden geoogst meer dan 30% uitmaakt van het totale areaal, dat blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 op het betrokken bedrijf met die categorie schadegewassen beteeld is;
c. die van de schade aangifte hebben gedaan.
2. Indien in 1993 de teelt van schadegewassen geheel of gedeeltelijk bestaat uit vollegrondsgroenten of droogbloemen, welke niet als zodanig afzonderlijk zijn verantwoord in de landbouwtelling 1993, wordt voor het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, eerste streepje, en onderdeel b, uitgegaan van de bij de aangifte opgegeven geteelde oppervlakten, met dien verstande dat de opgegeven geteelde oppervlakten voor deze gewassen slechts in aanmerking worden genomen tot ten hoogste de blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 geteelde oppervlakte ‘overige groenten’ onderscheidenlijk ‘bloemkwekerijgewassen’.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, worden oppervlakten afgekeurde pootaardappelen in mindering gebracht op het volgens de gegevens van de landbouwtelling in 1993 geteelde areaal pootaardappelen, en toegevoegd aan het areaal dat bij de landbouwtelling 1993 is opgegeven voor consumptie- dan wel fabrieksaardappelen, en worden oppervlakten niet-geoogste afgekeurde pootaardappelen voor de toepassing van deze regeling beschouwd als niet-geoogste consumptie- dan wel fabrieksaardappelen, naar gelang de bestemming die na de afkeuring als pootgoed aan deze aardappelen is gegeven.
a. die in 1993 in het schadegebied een landbouwbedrijf voor eigen rekening en risico exploiteerden, waarop blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 tenminste 5 ha aardappelen of 2,5 ha groenten en bloemen zijn geteeld, en
waarop blijkens de gegevens van de landbouwtellingen, gehouden in de referentieperiode, in elk jaar van die periode een of meer schadegewassen zijn geteeld;
waarop blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 tenminste 5 ha aardappelen of 2,5 ha groenten en bloemen zijn geteeld, en
waarop blijkens de gegevens van de landbouwtellingen, gehouden in de referentieperiode, in elk jaar van die periode een of meer schadegewassen zijn geteeld;
b. die schade hebben geleden doordat van een of meer van de volgende categorieën schadegewassen: consumptie-aardappelen;
pootaardappelen;
fabrieksaardappelen;
groenten en bloemen; de oppervlakte welke in 1993 in het schadegebied niet kon worden geoogst meer dan 30% uitmaakt van het totale areaal, dat blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 op het betrokken bedrijf met die categorie schadegewassen beteeld is;
consumptie-aardappelen;
pootaardappelen;
fabrieksaardappelen;
groenten en bloemen; de oppervlakte welke in 1993 in het schadegebied niet kon worden geoogst meer dan 30% uitmaakt van het totale areaal, dat blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 op het betrokken bedrijf met die categorie schadegewassen beteeld is;
c. die van de schade aangifte hebben gedaan.
2. Indien in 1993 de teelt van schadegewassen geheel of gedeeltelijk bestaat uit vollegrondsgroenten of droogbloemen, welke niet als zodanig afzonderlijk zijn verantwoord in de landbouwtelling 1993, wordt voor het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, eerste streepje, en onderdeel b, uitgegaan van de bij de aangifte opgegeven geteelde oppervlakten, met dien verstande dat de opgegeven geteelde oppervlakten voor deze gewassen slechts in aanmerking worden genomen tot ten hoogste de blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1993 geteelde oppervlakte ‘overige groenten’ onderscheidenlijk ‘bloemkwekerijgewassen’.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, worden oppervlakten afgekeurde pootaardappelen in mindering gebracht op het volgens de gegevens van de landbouwtelling in 1993 geteelde areaal pootaardappelen, en toegevoegd aan het areaal dat bij de landbouwtelling 1993 is opgegeven voor consumptie- dan wel fabrieksaardappelen, en worden oppervlakten niet-geoogste afgekeurde pootaardappelen voor de toepassing van deze regeling beschouwd als niet-geoogste consumptie- dan wel fabrieksaardappelen, naar gelang de bestemming die na de afkeuring als pootgoed aan deze aardappelen is gegeven.