BWBR0006732
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 10
Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994
1. De muntsoort waarin de verplichtingen van de verzekeraar luiden, wordt vastgesteld overeenkomstig de in bijlage Bonderscheidenlijk bijlage Copgenomen regels. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ter zake van de muntsoort slechts vrijstelling of ontheffing verlenen voor zover dit blijkens de desbetreffende bijlage is toegelaten.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de in artikel 66, zevende lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993bedoelde vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing verlenen indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de in artikel 94, achtste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993bedoelde vrijstelling dan wel ontheffing verlenen:
a. indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten; onderscheidenlijk
b. indien de verzekeraar diensten verricht naar een andere lid-staat, voor zover die lid-staat het verrichten van deze diensten afhankelijk stelt van een vergunning.
4. Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt niet verleend van het voorschrift dat de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in Nederland aanwezig moeten zijn.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op de overeenkomsten, bedoeld in artikel 9.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de in artikel 66, zevende lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993bedoelde vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing verlenen indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de in artikel 94, achtste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993bedoelde vrijstelling dan wel ontheffing verlenen:
a. indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten; onderscheidenlijk
b. indien de verzekeraar diensten verricht naar een andere lid-staat, voor zover die lid-staat het verrichten van deze diensten afhankelijk stelt van een vergunning.
4. Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt niet verleend van het voorschrift dat de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in Nederland aanwezig moeten zijn.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op de overeenkomsten, bedoeld in artikel 9.