BWBR0006723
Geldig vanaf 1994-10-01
Artikel 9
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
1. Onze Minister verleent geen toestemming als bedoeld in artikel 7, dan nadat een onderzoek is verricht naar de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen waarmee het college van burgemeester en wethouders uitvoering wil geven aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. Het onderzoek omvat de door Onze Minister te bepalen onderdelen van de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen. Aan het college van burgemeester en wethouders wordt een nauwkeurige beschrijving verstrekt van de onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.
3. Het college van burgemeester en wethouders stelt de door Onze Minister hiertoe aangewezen personen in staat gegevens te verzamelen ten behoeve van het onderzoek.
4. Toestemming wordt slechts geweigerd indien uit het onderzoek blijkt dat de inrichting, de werking of de beveiliging van de voorzieningen, op de in het onderzoek opgenomen onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
5. Indien toestemming wordt verleend, betreft het oordeel van Onze Minister dat de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen voldoen aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid, slechts die onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.
2. Het onderzoek omvat de door Onze Minister te bepalen onderdelen van de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen. Aan het college van burgemeester en wethouders wordt een nauwkeurige beschrijving verstrekt van de onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.
3. Het college van burgemeester en wethouders stelt de door Onze Minister hiertoe aangewezen personen in staat gegevens te verzamelen ten behoeve van het onderzoek.
4. Toestemming wordt slechts geweigerd indien uit het onderzoek blijkt dat de inrichting, de werking of de beveiliging van de voorzieningen, op de in het onderzoek opgenomen onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
5. Indien toestemming wordt verleend, betreft het oordeel van Onze Minister dat de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen voldoen aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid, slechts die onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.